Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keerde baan geleid door de toepassing der offeridee. In het N. T. wordt wel de heiliging des lichaams, Rom. 12 :1, het gebed, Hebr. 13:15, cf. Op. 5:8, 8:3, de weldadigheid en mededeelzaamheid, Hebr. 13 :16, Phil. 4:18, maar nooit het avondmaal eene offerande genoemd. Nu was echter in den eersten tijd het avondmaal met een gewonen maaltijd verbonden 1), en voor dien maaltijd brachten de meer gegoede gemeenteleden de noodige ingrediënten mede, brood, wijn, olie, melk, honig enz., die waarschijnlijk door de diakenen in ontvangst genomen, voor den bisschop op hoofd- en bijtafels (de latere zijaltaren) neergelegd, bij den maaltijd bediend en daarna tot onderhoud van de dienaren en tot ondersteuning der armen bestemd werden. Deze gaven kregen den naam van TcooG<foouit oblationes, d-vciui, sacrificia, offeranden, en werden door den bisschop met een dankgebed, evxaQiaua, gezegend. Deze opvatting werd op heel het avondmaal overgedragen. Naar het dankgebed, dat over de gaven gesproken werd, heette weldra het avondmaal zelf en ook de beide avondmaalselementen svyctQidTiu en werd het ook spoedig opgevat als eene offerande, die door de gemeente Gode toegebracht werd, als eene lïvata xcc&ccqu, zooals de Didache reeds met beroep op Mal. 1:11 zegt2). Dit was nu zoolang vrij onschuldig, als het avondmaal werkelijk als een maaltijd beschouwd en dankzegging in naam van de gansche gemeente gedaan werd; de inhoud der offerande was niet het lichaam en bloed van Christus, maar de door de gemeente saamgebrachte gaven, zoodat men in den eersten tijd dus alleen aan een dank-, hoegenaamd niet aan een zoenoffer dacht. Maar er lag toch een gevaarlijk element in, dat te zijner tijd verkeerd zou werken, vooral toen het door de clericale opvatting van het ambt versterkt werd. Reeds Clemens vergelijkt de episcopi en diaconi met de priesters en levieten des O. T., omschrijft hun werkzaamheid als een ttqogysofiv tcc óooqu zrjg èjiicxoiirfi en brengt hun evxctQiGTia met de O. T. D-vaiai in verband3). En toen avondmaal en agapae, de aanbieding van brood en wijn voor het avondmaal en de bijdragen voor het onderhoud der dienaren en de onder-

Didache 9, 10. Ignatius, Philad. 4. Srnyrn. 7, 8. Justinus, Apol. I 66. 2) Didache 14, 3. Verg. verder Loofs, t. a. p. bl. 44 v.. Drews, art. Eucharistie in PEE3 \ 560 v., en ook Fr. Wieland, Der vor-irenaische Opferbegriff. Miinchen Lentner 1909, die erkent, dat het oude offerbegrip op de dankzegging zag, maar daarom van modernisme verdacht werd.

*) Clemens, 1 Cor. 40—44.

Sluiten