Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sacramenta sunt, non haberent, omnino sacramenta non essent. Ex hac autem similitudine plerumque etiam ipsarum rerum nomina accipiunt. Sicut ergo secundum quendam modum sacramentum corporis Christi corpus Christi est, sacramentum sanguinis Christi sanguis Christi est, ita sacramentum fidei fides est *). Brood en wijn zijn similitudines, signa, commemorationes van het lichaam en bloed van Christus; Dominus non dubitavit dicere: hoe est corpus meum, cum signum daret corporis sui2). Christus is lichamelijk ook niet meer bij ons, maar is opgevaren ten hemel; secundum praesentiam majestatis semper habemus Christum, secundum praesentiam carnisr recte dictum est discipulis: me autem non semper habebitis 3). Als Augustmus het avondmaal dan ook menigmaal een sacrificium noemt,, verstaat hij daaronder niet, dat Christus andermaal in waarheid^, zij het ook op onbloedige wijze, geofferd wordt; maar dan noemt hij het zoo, wijl het eene gedachtenis is van Christus' offerande aan het kruis. Hujus sacrificii caro et sanguis ante adventum Christi per victimarum similitudinem promittebatur; in passione Christi per ipsam veritatem reddebatur; post ascensum Christi per sacramentum memoriae celebratur *). Christus se ipsum obtulit holocaustum pro peccatis nostris et ejus sacrificii similitudinem celebrandam in suae passionis memoriam commendavitB). Of ook verstaat hij onder het lichaam van Christus, dat in het avondmaal geofferd wordt, de gemeente. Hoe is, zoo vraagt gij, het brood het lichaam van Christus ? en hij antwoordt: corpus Christi si vis intelligere, apostolum audi dicentem fidelibus: vos estis corpus Christi et membra. Si ergo vos estis corpus Christi et membra, mysterium vestrum in mensa propositum est, mysterium Dei accipitis. En het brood is daar het teeken van, quia panis non fit de uno grano sed de multis Daarom wordt Augustmus ook niet moede, te verzekeren, dat het gebruik van het avondmaal op zichzelf niet voldoende is, dat het alleen voor de geloovigen ten zegen maar voor anderen ten verderve is, dat het ware eten van Christus' lichaam in het gelooven bestaat: crede et manducasti 7). De leer van Augustinus.

v) Augustinus, Ep. 23 ad Bonif.

2) c. Adam. c. 12.

3) tract 1 in Ev. Joann.

4) c. Faustum 20, 21.

6) 83 qu. qu. 61. de doctr. chr. III 16.

6) Serm. ad. infantes, cf. de civ. Dei 10, 6. 22, 10.

') tract. 25 in Joann. Verg. Bibl. studii theol. apud J. Crispinum 1565 bl. 89—100.

Sluiten