Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hield door haar machtigen invloed nog langen tijd de volle ontwikkeling der realistische theorie tegen, en domineerde nog onder de karolingische theologen, maar werd in den strijd van Ratramnus tegen Paschasius Radbertus en later in dien van Berengarius tegen Lanfranc meer en meer teruggedrongen en eindelijk geheel en al door de metabolische theorie vervangen •). Het woord transsubstantiatie komt eerst in de twaalfde eeuw voor 2), maar de zaak die er door uitgedrukt werd, stond reeds vroeger vast. Berengarius moest 1079 de formule onderteekenen, panem et vinum.... per mysterium sacrae orationis et verba nostri Redemptoris substantialiter -converti in veram et propriam ac vivificatricem carnem et sanguinem Domini nostri J. C. etc. En het vierde Lateraanconcilie 1215 bepaalde, dat het lichaam en bloed van Christus in sacramento altaris sub speciebus panis et vini veraciter continentur, transsubstantiatis pane in corpus et vino in sanguinem potestate divina 3). Dit dogma stelde aan den dialectischen geest der scholastiek een reeks van problemen over aard, tijd en duur der verandering, over de verhouding van substantie en accidentiën, over de wijze, waarop Christus -tegenwoordig was in beide elementen en in elk gedeelte daarvan, •over bewaring en aanbidding der hostie 4) enz., en werd dan in de Roomsche kerk en theologie aldus geconcipiëerd:

De teekenen in dit sacrament zijn ODgezuurd brood en met een weinig water vermengde wijn. Deze elementen worden door het woord der consecratie veranderd in het eigen lichaam en bloed van Christus. Toen de Heiland nl. bij den laatsten maaltijd de woorden sprak: dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed; toen heeft Hij niet alleen voor deze ééne maal brood en wijn in zijn lichaam en bloed doen veranderen, maar Hij heeft tegelijk daarin zijne discipelen tot

Dorner, Augustinus 263—276. hoofs in PRE3 I 61 v. O. Blank, Die Lehre des h. Augustin vom Sakramente der Eucharistie. Paderborn 1906.

1) Loofs, Dogmengesch4. § 58. Pijper, Middeleeuwsch Christendom, 's Grav. 1907, (handelt bi. 1—25 vooral over de leer der transsubstantiatie bij Ratramnus, Berengarius enz.)

2) Langen tijd heeft men gemeend, dat het woord het eerst voorkwam bij Hildebert van Tours, maar dit is onjuist gebleken, Loofs Dogmengesch4. bl. 504 noot. Kattenbusch, art. Transsubstantiation in PRE3 XX 56 v.

3) Denzinger, Enchir. 298, 357.

4) Lombardus, Thomas, Bonaventura, Duns Scotus op Sent. IV dist. 8—13. Thomas, S. Theol. III qu. 73-83. c. Gent. IV 61—69. Bonaventura, Brevil. VI 9. Verg. Schwane, D. G. III 628-661. Harnack D. G. III 488—498. Loofs, Dogmengesch4. bl. 578 v.

Sluiten