Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenwoordig is en genoten wordt. Niet over het feit, alleen over de wijze dier tegenwoordigheid bestaat er tusschen hem en Luther verschil. En het eten van Christus' lichaam in het avondmaal gaat in het gelooven, in het vertrouwen op zijn dood niet op. Het eten is niet met het gelooven één, al komt het altijd slechts door het gelooven tot stand, maar het is er veeleer de vrucht van evenals in Ef. 3:1< het inwonen van Christus in ons wel door het geloof geschiedt, maar toch van dat geloof onderscheiden is. Het was Calvijn blijkbaar te doen om de unio mystica, om de gemeenschap der geloovigen met den ganschen persoon van Christus. Deze komt wel niet voor het eerst door het avondmaal tot stand, want Christus is het brood onzer ziel reeds in het woord, maar ze wordt ons toch in het avondmaal „illustrius" geschonken en in de teekenen van brood en wijn verzegeld en bekrachtigd. In het avondmaal is er eene gemeenschap niet alleen aan de weldaden, maar ook aan den persoon van Christus, en wederom niet alleen aan zijne Goddelijke, maar ook aan zijne menschelijke natuur, aan zijn eigen lichaam en bloed; en deze gemeenschap wordt een eten genoemd. Dit bestaat dus niet in een lichamelijk neerdalen van Christus uit den hemel noch ook in eene mixtura vel transfusio carnis Christi cum anima nostra maar in eene verheffing onzer harten hemelwaart, in eene vereeniging met Christus door den H. Geest, in eene communio aan zijn lichaam, tengevolge waarvan Christus spirat e carnis suae substantia vitam in animas nostras, imo propriam vitam in nos diffundit l). De voorstelling van Calvijn is niet in elk opzicht duidelijk, vooral niet wat de gemeenschap aan het eigen vleesch en bloed van Christus en het daaruit voortvloeiende leven betreft. Utenhove verzocht hem daarom niet ten onrechte, om, wanneer hij handelde over het avondmaal, van min of meer duistere uitdrukkingen zich te onthouden 2). En zoo was er ook in de belijdenis en leer van de Gereformeerde kerken en theologen wel verschil van uitdrukking. Sommigen, zooals Bucer, zochten toenadering tot de Luthersche voorstelling en zeiden, dat het lichaam van Christus substantialiter, quoad substantiam, in het avondmaal tegenwoordig was 3). Maar de hoofdgedachte van Calvijn,

') Calvijn, Inst. IV c. 17 en voorts C. R. 37, 461-524, 681—688 enz. cf. mijn

opstel over Calvijns avondmaalsleer in de Vrije Kerk 1887 bl. 459 487.

2) Pijper, Jan Utenhove, Leiden 1883 bl. 40.

M' Vit™W, Doctr. VIII 265-299. Tot zulk eene bemiddelende groep wordt ook a Lasco gerekend door Br. Kruske, Johannes a Lasco und der Sakramentsstreit. Ein Beitrag zur Gesch. der Reformationszeit. Leipzig 1901. A Lasco stond

Sluiten