Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toe, dat menigmaal de angstige vraag werd gedaan, of Rome Engeland herwinnen zalx). Met name leeren velen in de High-Chureh partij, dat de geconsacreerde elementen in het avondmaal waarachtige zij het ook op mystische wijze, het lichaam en bloed van Christus zijn. Tengevolge van de gewichtige handeling der consecratie, welke door Christus aan zijne apostelen en hunne wettige opvolgers (successia continua) toebetrouwd heeft, heeft er eene conversion of the whole substance plaats, zoodat het lichaam van Christus really, truly, substantially and locally in de elementen tegenwoordig is, zonder dat echter toch de elementen zelve veranderd zijn. Deze opvatting van the real presence of Christ in the holy eucharist leidt dan natuurlijk verder weer tot de voorstelling, dat het avondmaal eene commemoratieve offerande is voor de levenden en dooden tot vergeving der zonden, dat ook de ongeloovigen den in de elementen tegenwoordigen Christus ontvangen, en dat deze Christus, zooals Hij in de elementen tegenwoordig is, voorwerp van aanbidding mag zijn 2).

543. In de Schrift wordt het avondmaal aangeduid met de namen óeiirvov xvqiaxov, 1 Cor. 11:20, TQane^a xvqiov, 1 Cor. 10 r 21, xkaats ctorov, Hd. 2:42, 20:7, noxiqqiov tov xvqiov, 1 Cor. 11 : 27, TiorrjQiov zrjg svloyiag, 1 Cor. 10:16. En de kerk voegde daaraan later nog vele andere toe, zooals dyanrj, omdat in den eersten tijd het avondmaal met een liefdemaaltijd verbonden was; sv/a^iana, reeds bij Did. 9. Ign. Smyrn. 7. 8. Just. M. Apol. I 66, omdat de geloovigen aan het avondmaal God dankten voor de gaven zijner genade; svXoyia, omdat over brood en wijn door dankzegging en lofprijzing Gods de zegen uitgesproken werd; avva^ig, xoivoovia, wijl de geloovigen, aan het avondmaal samenkomende, gemeenschap oefenden met elkander; nQoacpoQa, d-vaia (ayicc, nvtvi.ianxip jivGnxr^ dva/Accxros enz.), omdat de geloovigen de ingrediënten tot den maaltijd meebrachten en Gode offerden, of omdat het avondmaal een beeld en herinnering was van de offerande van Christus aan het kruis; en voorts nog ósmvov (ivdrixov, tior/tu, scpoóiov, viaticum,

]) R. F. Horton and Joseph Hocking, Shall Rome reconquer England? London 1910. Verg. van Roomsche zijde Joseph Blötzer, Der Anglikanismus auf dero Wege nach Rom? St. aus Maria Laach 1904.

2) Wilberforce, The doctrine of the holy eucharist 1853. Pusey, On the presence of Christ in the holy eucharist. 1853. Verg. Buddensieg in PRE3 XX 47 v. Ilyle, Knots untied 1886 bl. 205 v. Williams, The crisis in the Church of England, Presb. and Ref. Rev. July 1899.

Sluiten