Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaven *). Deze eenige verbinding van de bediening des avondmaals met die van het woord bewijst, dat de dienaar optreedt in den naam van Christus en als huisverzorger en uitdeeler zijner verborgenheden werkzaam is. Het avondmaal is een maaltijd, waarvan Christus de gastheer is.

A oorts komt de idee van maaltijd bij het avondmaal zeer sterk uit in de spijze en drank, welke er bij uitgedeeld en genoten wordt. Evenmin als het water in den doop, zijn de teekenen van brood en wijn in het avondmaal naar willekeur of toeval gekozen. Bij de offeranden des O. Test. waren vleesch en bloed de hoofdzaak, wijl zij typisch heenwezen naar de offerande van Christus aan het kruis. Maar het avondmaal is zelf geene offerande, doch eene gedachtenis van de offerande aan het kruis en drukt de gemeenschap der geloovigen aan die offerande uit. Daarom kiest Christus geen vleesch en bloed, maar brood en wyn tot spijze en drank in het avondmaal, om te kennen te geven, dat het geen offerande, maar een maaltijd is, een maaltijd op grond van, ter herinnering aan, ter gemeenschapsoefening met den gekruisten Christus. En daartoe zijn de teekenen van brood en wijn bij uitnemendheid geschikt; zij waren m het Oosten de gewone bestanddeelen van den maaltijd, zij zijn nog gemakkelijk overal en ten allen tijde te verkrijgen, zij zijn de voornaamste middelen tot versterking en verheuging van het hart des menschen, Ps. 104:15, en zijn een sprekend symbool van de gemeenschap der geloovigen met Christus en met elkander 2). Daarbij is het onverschillig, of het brood uit tarwe, rogge of gerst bestaat en de wijn eene witte of roode kleur draagt; of het brood naar het gebruik der Grieksche kerk gezuurd of naar dat der Roomsche kerk ongezuurd genoten wordt; en of de wijn naar de leer der Armenische Christenen onvermengd of naar de stellige uitspraak van Trente 3) met water vermengd gebruikt wordt. Christus heeft van dit alles niets bepaald of voorgeschreven. Zelfs aarzelden de Gereformeerden niet te zeggen, dat, ingeval brood en wijn beslist ontbraken, ook eene andere spijze en drank, bijv. rijst en brood als teeken in het avondmaal gebruikt mochten

Didache 10, 7.Ignatius, Smyrn. 8. Justimis, Apol. I 65. Verg. verder Suicerus s. v. ötaxovog en cvva£ig. Voetius, Pol. Eccl. I 746-751. Be Moor, Comm. V 638€41. M. Vitringa, Doctr. VIII 1 bl. 327 v.

2) M. Vitringa, Doctr. VIII 1 bl. 43.

3) Conc. Trid. XX c. 7.

Sluiten