Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun rechtsbesef van de noodzakelijkheid van dit rechtsherstel overtuigd. Indien het recht niet zegepraalt aan het einde, dan is er geen recht. En indien God ten slotte niet blijkt, de overwinnaar van Satan te zijn, is het leven de moeite van het leven niet waard. Niet een egoïstische wensch, maar een diep rechtsgevoel, de dorst naar harmonie, verlangen naar de volkomene verheerlijking Gods, in wien heiligheid en zaligheid één zijn, komt in het moreele bewijs tot uiting. Zelfs de kunst profeteert van zulk eene toekomst, als zij het ideaal in zichtbare gestalte ons voorstelt. Al deze bewijzen, «n in nog sterker mate die, welke aan 's menschen volmakingsvatbaarheid, aan zijne zedelijke persoonlijkheid, aan de vele onbewoonde sterren, aan de spiritistische verschijningen enz. worden ontleend, zijn geene bewijzen in dien zin, dat zij alle tegenspraak tot zwijgen brengen, maar zij zijn toch getuigenissen en aanduidingen, dat het onsterfelijkheidsgeloof gaDsch natuurlijk en spontaan uit de menschelijke natuur zelve opkomt. Wie het ontkent en bestrijdt, doet zijne eigene natuur geweld aan. Der Gedanke an die Unsterblichkeit ist schon der erste Akt der Unsterblichkeit 1).

550. Hoeveel waarde deze indicaties ook hebben mogen, welke natuur en geschiedenis ons bieden voor het geloof aan de onsterfelijkheid der ziel, de Schrift neemt ten opzichte van deze leer een standpunt in, dat bij de eerste kennisneming niet anders dan be-

x) Von Baer bij Splittgerber, Tod, Fortleben undAuferstehung'2 1879 bl. 93. Over de onsterfelijkheid handelen verder o. a.: Steude, Die Unsterblichkeitsbeweise, Bew. d. Gl. 1903, 1904. Kneib, Die Unst. der Seele. Wien 1900. Riemann, Was wissen wir über die Unsterbl. d. Seele. Magdeburg 1900. Keyserling, Unsterblichkeit. München 1907. Steinmann, Der relig. Unsterblichkeitsglaube. Leipzig 1908. Heinzelmann, Der Begriff der Seele und die Idee der Unsterbl. bei W. Wundt. Tubingen 1910. The proof of life after death. A collection of opinions as to a future life bij some of the worlds most eminent scientists and thinkers. Compiled and edited by Robert J. Thompson. London 1907. Henry Frank, Modern Light ori immortality. London 1910. Mackay, Personal immortality in the light of recent science, North Am. Rev. June 1907 bl. 387—393. Art. van Josiah Royce in Hibbert J. July 1907, Lodge, Jan. April 1908. Eueken, July 1908. Jankelevitch, La mort et 1 immortalité d'apres les données de la biologie, Revue philos. 1910 n. 4. Bruining, Het voortbestaan der menschelijke persoonlijkheid na den dood. Assen 1904. Spiritistische bewijzen voor de onsterfelijkheid worden aangevoerd door Fred. W. H. Meyers, Human Personality and its survival of bodily death 1903. Lodge, The survival of man, Hibbert J. April 1910. Hesselink, Wetenschap en Onsterfelijkheid. Middelburg 1904. H. N. de Fremery, Wat gebeurt er met ons als wij sterven ? Bussum 1910.

Sluiten