Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal. Volgens Luk. 16:23 wordt de arme Lazarus door de engelen gedragen in Abrahams schoot en komt de rijke man terstond door den dood. en de begrafenis in den hades; waarbij hades nog niet hetzelfde is als plaats der pijniging, wijl deze eerst aangeduid wordt door de nadere bijvoeging: v7tccqx(ov sv flaoavoig. Ook Jezus is, zoolang Hij in den staat des doods verkeerde, in den hades geweest, ook al werd Hij niet door hem gehouden, Hd. 2 : 27, 31; Hij daalde immers neder sïg ra xaroorsqa ryg yrjs, Ef. 4: 9. En zoo zijn alle gestorvenen xcaaxüovioi, Phil. 2 :10; niet alleen de goddeloozen, maar ook de geloovigen bevinden zich na den dood in den hades, zij zijn vtxQoi sv XgiGTip, 1 Thess. 4:16, cf. 1 Cor. 15 : 18, 23 ; bij de opstanding geven de zee, de dood en de hades al de dooden weer,, die in hen waren, opdat zij geoordeeld worden naar hunne werken, Op. 20: 13; de hades volgt met en na den dood, zoodat de dood altijd eene verplaatsing in den hades teweegbrengt, Op. 6:8. Deze opvatting, dat ook de geloovigen volgens de Schrift van den dood tot de opstanding toe in den hades zijn, wordt versterkt door deuitdrukking avaGTaffig sx vexgcov, Mt. 17 : 9, Mk. 6 : 14, Luk. 16 : 30, Joh. 20: 9 enz., sx twv vsxqwv, Ef. 5 :14, dat is, niet uit den dood^ maar uit de dooden, uit het rijk der afgestorvenen.

Dit gemeenschappelijk zich bevinden in den staat des doods sluit echter niet uit, dat het lot van geloovigen en ongeloovigen daar reeds zeer onderscheiden is. Ook het O. Test. sprak deze gedachte al uit, maar veel klaarder treedt zij ons in het N. T. tegemoet. Volgens de gelijkenis in Luk. 16 wordt de arme Lazarus door de engelen gedragen in Abrahams schoot, waarmede te kennen gegeven wordt, dat Lazarus in den hemel, waar immers de engelen wonen, in de nabijheid van en in de gemeenschap met Abraham de zaligheid geniet, cf. Mt. 8:11. Aan een zijner medekruiselingen belooft Jezus, dat hij heden met Hem in het paradijs zal zijn, Luk. 23: 43. Het woord paradijs is van PerzischeD oorsprong en duidt in het algemeen een tuin, een lusthof aan, Neh. 2 :8, Pred. 2 : 5r Hoogl. 4: 13; de LXX bezigde het als vertaling van den hof in Gen. 2:8—-15; de Joden gaven er de plaats mede te kennen, waar God aan de rechtvaardigen na hun dood zijne gemeenschap schenkt1). Ongetwijfeld is ook volgens het N. T. het paradijs, evenals de schoot Abrahams, in den hemel te denken; kort nadat Jezus aan den

') Weber, Syst. der altsyn. pal. Theol. bi. 330 Salmond, art. in Hastings D. B, III 668—672.

Sluiten