Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren, zonden opstaan, daarom lieten hunnentwege, hunshalve de levende geloovigen zich doopen. De apostel spreekt geen andere gedachte uit dan deze, dat de doop het geloof aan de opstanding van Christus en de. geloovigen onderstelt; neem de opstanding weg en de doop wordt eene ijdele ceremonie. De voorbede voor de afgestorvenen vindt daarom niet den minsten grond in de Schrift, gelijk trouwens Tertullianus reeds erkende. "Want nadat hij de cor. mil. c. 3 gesproken had van verschillende kerkelijke gebruiken en daarbij ook van offeranden voor afgestorvenen, voegde hij er in c. 4 aan toe: harum et aliarum ejusmodi disciplinarum, si legem expostules scripturarum, nullam invenies; traditio tibi praetenditur auctrix, consuetudo confirmatrix, et fides observatrix 1). Omdat er geen praeceptum Patris is, moet men zich vergenoegen met de institutio matris, d. i. de kerk, die alzoo weder naast en boven Gods woord komt te staan. Wijl alzoo de voorbede der afgestorvenen voor de Schrift niet kan bestaan, komt de vraag naar hare nuttigheid en troost niet meer te pas. Toch zijn ook deze moeilijk aanwijsbaar. Want al schijnt het schoon, dat levenden door hunne voorbeden de afgestorvenen helpen kunnen en kunnen goedmaken, wat zij misschien tegenover hen tijdens hun leven hebben misdreven; feitelijk leidt deze kerkelijke practijk de Christelijke vroomheid in een gansch verkeerd spoor. Zij doet het voorkomen, alsof in strijd met Mt. 8:22 zorg voor de dooden van hooger waarde is dan liefde tot de levenden; zij schrijft aan eigen werken en gebeden eene verdienstelijke, satisfactorische kracht toe, welke haar werking zelfs oefent aan de overzijde des grafs en daar den gestorvenen ten goede kan komen; zij is gebouwd op en bevorderlijk aan de leer van het vagevuur, welke eenerzijds, vooral bij de rijken, de zorgeloosheid voedt en ter andere zijde de onzekerheid der geloovigen bestendigt; zij verzwakt in het Christelijk bewustzijn het geloof aan de genoegzaamheid der offerande en voorbede van Christus 2).

*) Verg. ook Bellarminus, de missa II c. 7. Oswald, t. a. p. bl. 95.

2) Verg. tegen het purgatorium: Calvijn, Inst. III 5. Polanus, Synt. Theol VII 25. Chamier, Panstr. Cath. T. III lib. 26. Amesius, Bellarminus enervatus, T. II lib. 5. Voetius, Disp. II 1240. Forbesius a Corse, Instruct. hist. theol. lib. XIII. Gerhard, Loc. XXVI 181 v. Quenstedt, Theol. IV 555. Kliefoth, Eschatologie. 82 v. Charles H. H. Wright, The intermediate state and prayers for the dead examined in the light of Scripture and ancient Jewish and Christian literature, London Nisbet 1900.

Sluiten