Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de vernietiging der wereld zelve. Maar ook dan is er niet de minste waarborg, dat de absolute wil niet tot een ander wereldproces overgaat en tot in het oneindige toe altijd weer van voren aan begint. Vele Grieksche wijsgeeren hielden het ervoor, dat aan deze wereld vele andere voorafgegaan waren en op haar vele andere zouden volgen; zelfs waren de Pythagoreërs en de Stoicijnen van oordeel, dat alles precies zoo terugkeeren zou, als het op deze wereld bestond en in vroegere bestaan had; en ook thans zijn velen tot dergelijke gevoelens teruggekeerd 1), ofschoon Windelband het terecht eene pijnlijke gedachte noemt, dat in der periodischen "Wiederkehr aller Dingen auch die Persönlichkeit mit allem ihrem Thun und Leiden wiederkehren soll2).

563. De religie heeft zich nooit met deze idee van eene eindelooze ontwikkeling of van een algeheelen ondergang der wereld verzoend. Verschillende redenen hielden haar van het overnemen •dezer wijsgeerige theorieën terug. Immers is het voor geen tegenspraak vatbaar, dat al dergelijke voorstellingen aan de waarde der persoonlijkheid tekort doen en deze opofferen aan het geheel. Voorts miskennen zij de beteekenis van het godsdienstig-zedelijk leven en stellen dit verre beneden de cultuur. En eindelijk bouwen zij voor het heden en voor de toekomst alleen op de krachten, die in den kosmos immament zijn en rekenen hoegenaamd niet met eene Goddelijke macht, die de wereld bestuurt en haar ten slotte door rechtstreeksche ingrijping beantwoorden doet aan het door haar gestelde doel. Alle godsdiensten hebben daarom eene andere verwachting voor de toekomst. Zij kennen alle in meer of minder duidelijke mate een strijd van het goede en kwade; alle koesteren zij de hope van de zegepraal van het goede, waarbij de deugdzamen beloond en de goddeloozen gestraft worden; en meestal achten zij die toekomst ook niet anders bereikbaar dan door eene openbaring van bovennatuurlijke krachten 3). In de Perzische religie werd zelfs aan

') Bijv. Haeckel, Die Weltrathsel 1899 bl. 430, en vooral ook Nietzsche.

2) Windelband, Geschichte und Naturwissenschaft. Strassburg 1900 bl. 22. Verg. ^verder over het einde der wereld: Lange, Gesch. d. Mater.4 552 v. Pesch, Die grossen Weltrathsel II- 352 v. Mühlhausser, Die Zukunft der Menschheit. Heilbron 1881. Reiff, Die Zukunft der Welt.2 Bazel 1875, Fürer, Weltende und Endgericht. Gütersloh 1896. Siebeck, Religionsphilos. 1893 bl. 399—427 enz. Zie ook mijne Wijsbeg. van de Openbaring bl. 232—272.

3) Zie reeds deel III 246 v., en voorts Pfanner, Theol. gentilis c. 18—20.

Sluiten