Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steenhoop worden, 3:12, toch de berg van het huis des Heeren vastgesteld zal zijn op den top der bergen, dat uit Sion de wet zal uitgaan en des Heeren woord uit Jeruzalem, en dat de Heere op Sion wonen zal, 4:1, 2, 7:11. Dezelfde gedachte wordt door esaja uitgesproken, 2 : 2, die er voorts nog aan toevoegt, dat Sion en Jeruzalem, koningschap en priesterschap, tempel en altaar, offeranden en feestdagen hersteld zullen worden, 28:16, 30:19 33-5 35 • 10 52 :1 56 : 6, 7, 60 : 7, 61: 6, 66 : 20-23. Evenzoo vernacht Jeremia' dat Jeruzalem herbouwd, des Heeren troon aldaar gevestigd, en de eeredienst m den tempel vernieuwd zal worden, 3:16 17 30-18 31 : 38, 33:18, 21. Haggaï voorspelt, dat de heerlijkheid 'van den' tweeden tempel grooter zal zijn dan die van den eersten, 2 • 6-10 en Zacharia verkondigt, dat Jeruzalem herbouwd en uitgebreid, dat priesterschap en tempel vernieuwd zal worden en dat God in Jeruzalem te midden van zijn volk wonen zal, 1:17, 2 :1 -5, 3 : i_8 6 : 9—15, 8: 3v. Maar door geen der profeten wórdt dit beeld der toekomst zoo minutieus uitgewerkt als door Ezechiël. Nadat hij in hoofdst. 34-37 gezegd heeft, dat Israël en Juda weder door den Heere vergaderd, als één volk onder den eenigen herder uit avids huis Hem ten eigendom aangenomen en met een nieuw hart en een nieuwen geest begiftigd zal worden, en dan in hoofdst 38 en 39 voorspeld heeft, dat Israël, in zijn land teruggekeerd nog een laatsten aanval van Gog uit Magog heeft te doorstaan^ gee ij ]n hoofdst. 40—48 eene uitgewerkte teekening van het aestma der toekomst. Het land aan de westzijde van den Jordaan zal door evenwijdige lijnon verdeeld worden in bijna gelijke strooken

SV,°T/te Zeven WOrden bew00nd door de stammen Dan, Aser, - a tali, Manasse, Efraïm, Ruben, Juda, en de benedenste vijf door enjamin, Simeon, Issaschar, Zebulon en Gad. Tusschen deze bovenste en benedenste deelen des lands wordt een strook lands afgezonderd voor den Heere. In het midden van deze 25000 el breede en lange strook ligt een hooge berg; en daarop is de met de heerlijkheid des Heeren vervulde tempel gebouwd, die 500 el in het vierkant bedraagt en door eene ruimte van 500 el aan elke zijde is omringd. Daaromheen ontvangen de priesters, die allen zonen Zadoks moeten zijn, in het zuiden en de Levieten in het noorden hun woonplaats van 25000 el lengte en 10000 el breedte, terwijl in het oosten en westen een gedeelte van de heilige strook toegewezen wordt aan den vorst. De stad Jeruzalem is van den tempel ge-

sc eiden en ligt ten zuiden, van het land, dat den priesters is toeGeref. Dogmatiek IV.

. 46

Sluiten