Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar haar eigen natuur verklaard moet worden. De fout van de vroeger heerschende exegese bestond niet in hare vergeestelijking zonder meer, maar wel daarin, dat zij alle tot illustratie dienende détails in een geestelijken zin wilde omzetten en daarbij, evenals bij de gelijkenissen van Jezus, de hoofdgedachte dikwerf uit het oog verloor. Als er bijv. gezegd wordt, dat de Heere een rijsje verwekken zal uit den afgehouwen tronk van Isaï, dat Hij den berg Zions verheffen zal op den top der bergen, dat Hij van de verbannenen «én uit eene stad en twee uit een geslacht zal wederbrengen, dat Hij rein water op allen sprengen en hen van hunne zonden reinigen zal, dat Hij de bergen van zoeten wijn zal doen druipen en de heuvelen zal doen vlieten van melk enz., dan gevoelt elk, dat hij hierin met eene poëtische beschrijving te doen heeft, die niet letterlijk kan of mag worden opgevat. De realistische verklaring komt hier met zichzelve in strijd en miskent het karakter der profetie. Ook is het 3° onjuist, dat de profeten zelf het onderscheid van zaak en beeld zich volstrekt niet bewust zouden geweest zijn. Niet alleen zijn de bovengenoemde poëtische omschrijvingen zonder twijfel door de profeten als beeld opgevat, maar met de namen voor Sodom, Gomorra, Edom, Moab, Philistea, Egypte, Assur, Babel duiden zij meermalen de macht der Heidenwereld aan, die eens aan Israël onderworpen zal worden en in zijne zegeningen zal deelen, Ob. 16, 17, Jes. 84:5, Ezech. 16 :46v., Dan. 2, 7v., Zach. 14:21.Zion is dikwerf de naam voor het volk, voor de gemeente Gods, Jes. 49 :14, 50 :1, 51: 3, 52 :1, 54 : 1. En al kan de Oudtest. profetie zich het toekomstige Godsrijk niet voorstellen zonder tempel en offerande, toch gaat zij telkens boven alle nationale en aardsche verhoudingen uit en verkondigt zij, dat er geen ark des verbonds meer wezen zal, wijl heel Jeruzalem Gods troon is, Jer. 3: 16, 17, dat het rijk van den Messias eeuwig zal zijn en de gansche wereld omvatten, Ps. 2:8, 72 : 8, 17, Dan. 2 : 44, dat alle inwoners profeten en priesters zullen zijn, Jes. 54:13, 61:6, Jer. 31 : 31, dat alle onreinheid en zonde, alle krankheid en dood er gebannen zal zijn, 25 : 8, 33 : 24, 52 : 1, 11, Zach. 14 : 20, 21, Ps. 104 : 35, dat het gesticht zal worden in een nieuwen hemel en op eene nieuwe aarde, en geen zon of maan meer noodig zal hebben, Jes. 60: 19, 20 65 : 17j 66: 22. Zelfs het realistische toekomstbeeld van Ezechiël bevat elementen, die eene symbolische verklaring noodzakelijk maken; de gelijke deelen, die aan alle stammen, schoon zeer onderscheiden in getalsterkte, worden toegewezen ; de afgepaste

Sluiten