Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, een zijweg, die door God is ingeslagen, omdat Israël zijn Messias verwierp, zoodat de eigenlijke voortzetting en vervulling des Ouden Testaments eerst bij de tweede komst van Christus een aanvang zou nemen. Veeleer is het omgekeerde waar. Niet het Nieuwe, maar het Oude Testament is een tussehenbedrijf. Het verbond met Israël is tijdelijk, de wet is tusschen de belofte aan Abraham en hare vervulling in Christus ingeschoven, opdat zij de misdaad vermeerderen en als een tuchtmeester tot Christus opleiden zou, Eom. 5 : 20, Gal. 3 : 19. Daarom gaat Paulus altijd tot Abraham terug, Rom. 4: llv., Gal. 3: 6v., en knoopt aan de belofte, die tot hem is geschied, zijn Evangelie vast, Abraham is de vader van de geloovigen, van alle geloovigen, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de Heidenen, Rom. 4 : 11; de kinderen der belofte zijn zijn zaad, Rom. 2:6—8; de zegening van Abraham komt in Christus tot de Heidenen, Gal. 3:14; wie van Christus zijn, zijn Abrahams zaad en naar de beloftenis erfgenamen, Gal. 3 : 29. Het volk van Israël is in de dagen des O. Test. tijdelijk verkoren, opdat het heil straks in de volheid des tyds aan heel de wereld ten goede zou komen. Israël is niet verkoren tot schade, maar ten bate der volken. De belofte aan Adam en Noach had van haar eerste begin af eene universalistische strekking en heeft deze, na haar tijdelijke, wettische gedaante onder Israël te hebben afgelegd, in Christus ten volle voor alle natiën geopenbaard. Het voorhangsel is gescheurd, de scheidsmuur is gevallen, het handschrift der wet is aan het kruis genageld ; en nu zijn de geloovigen uit de Heidenen met die uit de Joden medeërfgenamen, medeburgers en heiligen, huisgenooten Gods, nabij geworden in Christus, en op hetzelfde fundament van apostelen en profeten gebouwd, Ef. 1: 9—11, 2 :11-22. Het Nieuwe Testament is daarom geen intermezzo of tussehenbedrijf, geen zijweg en afbuiging "van de lijn des O. Verbonds, maar het lang te voren beoogde doel, de directe voortzetting, de waarachtige vervulling van het Oude Testament. Het Chiliasme, anders oordeelende, komt met het Christendom zelf in conflict. Principiëel beschouwd, is het met het Judaïsme één en moet er toe komen, om aan het Christendom, aan den historischen persoon van Christus, aan zijn lijden en sterven, eene tijdelijke, voorbijgaande waarde toe te kennen en de eigenlijke zaligheid eerst te verwachten van Christus' tweede komst, van zijne verschijning in heerlijkheid. Evenals het Judaisme, maakt het het geestelijke aan het stoffelijke, het ethische aan het physische ondergeschikt, stijft de Joden in hun vleeschelijke gezindheid, veront-

Sluiten