Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te prediken aan alle volken, Mt. 28:18. Hetzelfde oordeel over Israël treffen wij bij de apostelen aan. "Wel moeten zij als Jezus1 getuigen van Jeruzalem uit hun arbeid beginnen, maar dan hem voortzetten tot aan het uiterste der aarde, Hd. 1:8. Petrus brengt daarom het Evangelie terstond aan de Joden, Hd. 2 :14, 3:19 5:31, doch ziet in een gezicht, dat voortaan niemand onrein is maar dat Gode aangenaam is een iegelijk, die Hem vreest, uit wat volk hij ook voortkome, Hd. 10:35, 43. Paulus begint zijne prediking altijd eerst bij de Joden, maar keert zich, als dezen het verwerpen, tot de Heidenen, Hd. 13:46, 18:6, 28:25—28. Eerst den Jood, maar ook den Griek, is de regel, dien hij op zijne zendingsreizen in acht neemt, Rom 1: 16, 1 Cor. 1:21—24. Immers, Joden en Heidenen zijn beide verdoemelijk voor God en hebben hetzelfde Evangelie van noode, Rom. 3:19v. Er is slechts voor allen één weg tot de zaligheid, n.1. het geloof, gelijk dat reeds vóór de wet door Abraham geoefend en hem tot gerechtigheid gerekend werd, Rom. 4, Gal. 3. Wie van de Joden Christus verwerpen, zijn geen ware, echte Joden, Rom. 2:28, 29; zij zijn niet de besnijding, maar de versnijding, Phil. 3 : 2, zij zijn ongeregelden, ijdelheidsprekers, verleiders van zinnen, wien men den mond moet stoppen, Tit. 1:10, 11; zij hebben den Heere Jezas en hunne eigene profeten gedood, zij vervolgen de geloovigen, zij behagen God niet en zijn allen menschen tegen, zij verhinderen de apostelen, om tot de Heidenen te spreken, en maken de mate hunner zonden vol, zoodat de toorn over hen tot zijn uiterste grens gekomen is en thans zich over hen ontlaadt, 1 Thess. 2:14—16. De Joden, die de gemeente van Smyrna lasteren, zeggen wel, dat zij Joden zijn, maar zij zijn het niet, zij zijn veel meer eene synagoge des satans, Op. 2:9, 3 : 9. Echte Joden, ware kinderen Abrahams zijn zij, die in Christus gelooven, Rom. 9:8, Gal. 3:29 enz. Zoo oordeelt het N. Test. over de Joden; de gemeente der geloovigen heelt in alle opzichten het nationale, vleeschelijke Israël vervangen; het Oude Testament is in het Nieuwe vervuld 1).

567. Slechts enkele plaatsen schijnen met deze doorgaande leer der Schrift in strijd te zijn en iets anders in te houden. De eerste plaats is Mt, 23 : 37—39, Luk. 13 : 33—35, waar Jezus tot de in-

Verg. Harnack, Die Mission u. die Ausbreitung des Christ in den ersten ■drei Jahrh2. bl. 37 v.

Sluiten