Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in dit geestelijk zaad nog altijd door hare vervulling erlangen, 11: 1—10. Apriori is het zeer onwaarschijnlijk, dat Paulus later op deze redeneering teruggekomen zou zijn en haar in dezen zin zou aangevuld en verbeterd hebben, dat de beloften Gods in deze zaliging van het geestelijk Israël niet ten volle tot hare vervulling komen, maar dan eerst volledig verwezenlijkt worden, wanneer in den laatsten tijd eene volksbekeering van Israël plaats heeft. b. In elk geval is er in hoofdst. 9 : 1—10 :11 met geen enkel woord van zulk eene verwachting voor het volk van Israël sprake, en er is geen enkele uitdrukking, die haar vermoeden doet en voorbereidt. En ook hoofdst. 11 :11—24 bevat nog niets, wat op zoodanige verwachting heenwijst. Wel wordt 11:11—15 in dien zin door velen opgevat. Doch ook al zijn deze woorden niet hypothetisch, als een element in de redeneering maar als beschrijving van een feit te verstaan, dan behelzen zij toch alleen deze gedachte: het verwerpen van Christus door Israël is voor de Heidenen een groot gewin geweest, want daardoor is de door Christus' dood tot stand gekomene verzoening het deel der Heidenen geworden; een veel grooter gewin zal dan de aanneming van Israël door God voor de Heidenen zijn, want als Israël zijn pleroma, zijn volle getal van uitverkorenen, zal bereikt hebben, en ook het pleroma der Heidenen ingegaan is, dan zal dat het leven uit de dooden, de opstanding uit de dooden van de nieuwe menschheid ten gevolge hebben. Aan Israels rrr cof.i u dankt middellijkerwijze de Heidenwereld haar verzoening, aan Israels TzhjQonia dankt zij eens haar leven uit de dooden. c. Indien Paulus in 11: 25 een nieuw feit wilde mededeelen, bevreemdt de wijze ten zeerste, waarop hij dit doet. Hij zegt toch niet: en dan, daarna, n.1. nadat de volheid der Heidenen is ingegaan, zal gansch Israël, maar: xai om mg rtaz IaQarjX awOt^s-ica, en op die wijze zal gansch Israël zalig worden. Dat kan niet anders beteekenen dan: op die wijze, als in de vorige verzen beschreven is. Vlak vooraf, in vs. 24, heeft Paulus gezegd, dat de verharding altijd maar voor een deel, dno fisQovg over Israël gekomen is. De geloovigen uit de Heidenen konden wel gaan denken, evenals Israël vroeger, dat zij alleen het uitverkoren volk van God waren, en dat Israël geheel verworpen was. Maar Paulus zegt, dat dit niet zoo is. Neen, Israël is niet als zoodanig onderworpen; er is onder hen altijd een overblijfsel naar de verkiezing der genade; er zijn wel eenige takken afgebroken, waarvoor de wilde olijfboom van de Heidenwereld in de plaats is gekomen, maar de stam van den tammen olijfboom is

Sluiten