Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der wereld. Jezus beantwoordt eerst de eerste vraag, en wel zoo,, dat Hij eerst handelt over de voorteekenen, Mk. 13 : 1—8, cf. Mt. 24: 1—8, Luk. 21:5—11, daarna over het lot der jongeren, Mk. 13: 9_13) cf Mt. 24:9—14, Luk. 21: 12—18, en eindelijk over de catastrophe in Judea, Mk. 13 : 14—23, cf. Mt. 24 : 15—26, Luk. 21: 20—24. De tweede vraag naar de parousie van Jezus en de voleindiging der wereld wordt beantwoord in Mk. 13 : 24—31, cf. Mt. 24 : 29—35, Luk. 21:25—33; en daarbij sluit Jezus zijne parousie terstond bij de verwoesting van Jeruzalem aan; in den val dezer stad ziet Hij de aankondiging en de voorbereiding van de voleinding der wereld; Mt. 24:29 evibfwg, Mk. 13:24 êv êxsivaig ruig i^utgaig^ Hij zegt zelfs, dat dit geslacht geenszins zal voorbijgaan, totdat alle deze .dingen geschied zullen zijn, Mt. 24:34, Mk. 13:30, Luk. 21:32. Hoe nu deze verwachting van zijne spoedige, terstond na de verwoesting van Jeruzalem volgende parousie bij Jezus ook te verstaan zij (waarover straks nader); in elk geval blijkt duidelijk,, dat er in deze rede geen plaats is voor een duizendjarig rijk. Jezus, somt eerst, Mk. 13: 1—8, eenige algemeene voorteekenen op, waaraan de discipelen zien kunnen, dat alles saam, n.1. de verwoesting van Jeruzalem en het einde der wereld nadert; en deze signa communia zijn: het opstaan van valsche Christussen, oorlogen en geruchten van oorlogen, beroering en opstand der volken met aardbeving, hongersnood enz., voorts de prediking van het Evangelie in de geheele wereld tot een getuigenis allen volken, Mk. 13: 10, en eindelijk, als voorspel van het einddrama, hetgeen voorvalt in Judea en Jeruzalem, Mk. 13 :14—23. Daarna volgen de aan de parousie onmiddellijk voorafgaande voorteekenen, de signa propria, n.1. verduistering van zon en maan, nedervallen der sterren, beweging van de krachten in de hemelen, Mk. 13 :24, 25. Met de parousie van Christus is dan onmiddellijk het gericht, de scheiding van goeden en boozen, de voleinding der wereld verbonden, Mk. 13: 26, 27. Daarmede komt overeen, wat Jezus zegt in Mt. 13 : 37—43 en 47—50; het saam opgroeien van onkruid en tarwe, en het saambrengen van allerlei soorten van visschen duurt voort tot de voleinding der eeuwen, tot den tijd van den oogst en van het wereldgericht toe. Jezus kent maar twee aeonen, de tegenwoordige en de toekomende. In de tegenwoordige eeuw hebben zijne discipelen niet anders dan verdrukking en vervolging te wachten en moeten zij alles om zijnentwil verlaten. Nergens voorspelt Jezus aan zijne jongeren eene heerlijke toekomst op aarde vóór de-

Sluiten