Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voleinding der wereld; integendeel, zooals het Hem gegaan is, zal het ook zijne gemeente gaan; een discipel is niet boven zijn meester en een dienstknecht niet boven zijn heer; eerst in de toekomende eeuw ontvangen zijne jongeren alles met het eeuwige leven terug, Mt. 5:3—12, 8:19, 20, 10:16—42,16:2-4—27,19:27—30, Joh. 16 : 2, 33, 17 :14, 15 enz. Als dan ook de jongeren in Hd. 1: 6 aan Jezus vragen, of Hij in dezen tijd aan Israël het koninkrijk weder oprichten zal, dan ontkent Hij niet, maar geeft stilzwijgend toe, dat dit eens geschieden zal; doch Hij zegt, dat de Vader de tijden of gelegenheden daarvoor in zijne eigene macht gesteld heeft, en dat de discipelen in dezen tijd de roeping hebben, om als zijne getuigen op te treden van Jeruzalem uit tot aan het uiterste der aarde.

In dezen zelfden geest spreekt heel het Nieuwe Testament, dat van uit het standpunt der kruisgemeente geschreven is. De geloovigen, die niet vele wijzen en machtigen en edelen zijn, 1 Cor. 1:27, hebben hier op aarde niets dan lijden en verdrukking te wachten, Rom. 8:36, Phil. 1:29, zij zijn gasten en vreemdelingen, Hebr. 11: 13, hun burgerschap is in de hemelen, Phil. 3 : 20, zij merken niet aan de dingen, die men ziet, 2 Cor. 4 :18, maar bedenken de dingen, die boven zijn, Col. 3 : 2, zij hebben hier geene blijvende stad, maar zoeken de toekomende, Hebr. 13: 14. Toch zijn zij in hope zalig, Rom. 8:24, en weten, dat, indien zij met Christus lijden, zij ook met Hem zullen verheerlijkt worden, Rom. 6:8, 8 :17, Col. 3 : 4. Daarom strekken zij zich met heel het zuchtend schepsel reikhalzend uit naar de toekomst van Christus en naar de openbaring van de heerlijkheid der kinderen Gods, Rom. 8. 19, 1 Cor. 15:48v. enz., tegen welke heerlijkheid het lijden van den tegenwoordigen tijd niet opweegt, Rom. 8: 18, 2 Cor. 4: 17. Nergens straalt in het N. Test. eenige hope door, dat de gemeente van Christus nog eenmaal hier op aarde tot macht en heerschappij zal komen. Het hoogste, dat zij zich voor te stellen heeft, is, dat zij onder de koningen en allen die in hoogheid zijn een gerust en stil leven leiden moge in alle godzaligheid en eerbaarheid, Rom. 13 . lv., 1 Tim. 2 :2. En daarom beveelt het N. Test. niet in de eerste plaats die deugden aan, welke tot overwinning der wereld in staat stellen, maar noemt, ofschoon alle valsche ascetisme vermijdende, Rom. 14 : 14, 1 Tim. 4:4, 5, Tit. 1: 15, als vruchten des Geestes de deugden van liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid, Gal. 5 . 22, Ef. 4. 32, 1 Thess. 5 : 14v., 1 Petr. 3 : 8v., 2 Petr. 1: 5—7, 1 Joh. 2 : 15 enz,

Sluiten