Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, welke de Vader Hem geven zal. Door zijne opstanding en hemelvaart toch wordt Christus van den Yader tot Hoofd, Koning, Heer aangesteld , Hd. 2 : 33, 5:31; en van dat oogenblik af komt Hij voortdurend in zijne koninklijke waardigheid, naarmate zijn koninkrijk op aarde gesticht en uitgebreid wordt. En daarom wordt in Mk. 9 : 1 en Luk. 9 :27 de uitdrukking alzoo verklaard, dat velen den dood niet smaken zullen, totdat zij het koninkrijk Gods hebben gezien of hebben zien komen in kracht. Op dezelfde wijze is Mt. 10:23 te verklaren: de discipelen zouden hunne rondreis door de steden Israels niet volbracht hebben, totdat de Zoon des menschen komen zou; ofschoon het komen hier in het geheel niet nader verklaard wordt, kan toch onmogelijk de parousie bedoeld zijn, wijl Jezus dan met zichzelf in tegenspraak zou komen;, in Mt. 24 laat Hij zijne parousie in elk geval volgen op de verwoesting van Jeruzalem. Hoe lang zij na deze ontzettende gebeurtenis plaats hebben zou, wordt door Jezus niet gezegd. "Wel bindt Hij ze in zijne profetie onmiddellijk aan den val van Jeruzalem vast; de vertaling van sv&eoog in Mt. 24 : 29 door plotseling in plaatsvan door terstond brengt daarin geen verandering, want er staat duidelijk bij, dat de teekenen der parousie een aanvang zullen nemen svd-scog na de verdrukking dier dagen, in die dagen, na die verdrukking, Mk. 13 : 24, cf. Luk. 21: 25—27.

Dit wordt bevestigd door Mt. 24 : 34, cf. Mk. 13 : 29, Luk. 21: 32, waar Jezus zegt, dat dit geslacht niet zal voorbijgaan, totdat al deze dingen geschied zijn. De woorden r avrrj kunnen niet verstaan

worden van het volk der Joden, maar slaan ongetwijfeld op het toen levend geslacht. Daarentegen is het duidelijk, dat de woorden tvccvtcc tccvtu niet de parousie zelve insluiten, maar alleen doelen op de teekenen, die haar voorafgaan en aankondigen. Immers, nadat Jezus de verwoesting van Jeruzalem en de voorteekenen en zijne wederkomst en zelfs de bijeenvergadering zijner uitverkorenen door de engelen voorspeld en dus zijne eschatologische rede eigenlijk geëindigd heeft, gaat Hij in vers 32 er toe over, om haar practisch toe te passen en zegt Hij, dat, evenals het uitspruiten der bladeren bij den vijgeboom den zomer aankondigt, zoo ook navxa tavxa voorteekenen daarvan zijn, dat het einde nabij is of dat de Messias nabij is voor de deur. Hier slaat navxu cavia zonder eenigen twijfel op de voorteekenen der parousie, niet op deze zelve, want anders ware het ongerijmd om te zeggen, dat, wanneer navxa ruvia geschieden zullen, het einde eerst nabij is. In vers 34 hebben de woorden

Sluiten