Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgenomen is in den hemel, komt Hij bij zijne parousie van den hemel weer, Phil. 3 : 20, 1 Thess. 1: 10, 2 Thess. 1: 7, Op. 19 :11; en gelijk eene wolk Hem bij zijne hemelvaart opnam en verbergde voor het oog zijner discipelen, Hd. 1: 9, zoo wordt Hij in Oudtestamentische taal ook beschreven als wederkeerende op de wolken des hemels, die als een zegewagen Hem heendragen naar deze aarde, Mt. 24: 30, 26 : 64, Mi. 13 : 26, 14 : 62, Luk. 21: 27, Op. 1:7, 14 :14, Immers keert Hij niet weer in dienstknechtsgestalte, maar met groote kracht en met zijne en zijns Vaders heerlijkheid, Mt. 16:27, 24:

30, Mk. 8 : 38, 13 : 26, Luk 22 : 27, Col. 3 : 3, 4, 2 Thess. 1: 9,10, Tit. 2 :13, als een Koning der koningen en Heer der heeren, Op. 17:14, 19:11—16, omgeven door zijne engelen, Mt. 16:27, 25:

31, Mk. 8 : 38, Luk. 9 : 26, 2 Thess. 1: 7, Op. 19 : 14, door zijne heiligen, onder wie misschien ook de reeds gezaligden begrepen zijn, 1 Thess. 3: 13, 2 Thess. 1 :10, Jud. 14. Ofschoon zijne parousie vanwege het onverwachte met het inbreken van een dief in den nacht overeenkomt, zal zij toch voor alle menschen over de gansche aarde zichtbaar zijn, aan een bliksem gelijk wezen, die van de eene zijde des hemels licht tot de andere, Mt. 24:27, Luk. 17 :24, Op. 1:7, en aangekondigd worden door de stem van een archangel en de bazuim der engelen, Mt. 24: 31, 1 Cor. 15:52, 1 Thess. 4:16, In verband met hunne leer van de hemelvaart, zeiden de Lutherschen, dat de wederkomst van Christus aan geene successie van oogenblikken was onderworpen, maar in niets anders bestond dan in de plotselinge zichtbaarwording van het eenmaal bij de verhooging onzichtbaar en alomtegenwoordig geworden lichaam van Christus. Hoewel men over het algemeen erkende, dat de wederkomst van Christus visibilis en localis was, verstond men daaronder toch alleen, dat de menschelijke natuur van Christus door eene singularis Dei dispositio voor het speciale doel des gerichts een tijd lang op eene bepaalde plaats zichtbaar werd, zonder dat zij daarmede hare tegenwoordigheid op andere plaatsen varen liet 1). Maar de Gereformeerden schreven aan de wederkomst van Christus een lichamelijk, plaatselijk, tijdelijk karakter toe; zij erkenden zelfs, dat die wederkomst, ook al zou zij zeer plotseling zijn, toch successiva was, aan eene successie van oogenblikken onderworpen; ook op den hoogsten trap van hare verhooging, bij de wederkomst

Gerhard, Loc.' XXVIII de extr. jud. n. 35. Quenstedt, Theol. IV 614. Hollaz, Ex. 1249.

Sluiten