Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joh. 12 : 48. Maar dat Evangelie staat niet tegenover en is zelfs niet los te denken van de wet; de eisch tot geloof is immers zelf reeds in de wet gegrond, en het Evangelie is de herstelling en vervulling der wet. Daarom komen bij het eindgericht ook al de werken in aanmerking, welke door de menschen volbracht en in de boeken voor G-ods aangezicht opgeteekend zijn, Pred. 12 : 14,. 2 Cor. 5 : 10, Ef. 6:8, 1 Petr. 1: 17, Op. 20: 12, 22 :12. Die werken toch zijn uitingen en vruchten van het levensbeginsel, dat binnen in het hart woont, Mt. 7: 17, 12:33, Luk. 6:44, en omvatten alles wat door den mensch, niet in den tusschentoestand, maar in zijn lichaam geschied is, niet alleen de daden, Mt. 25:35v, Mk. 9 : 41, 42, Luk. 6 : 35, 14 : 13, 14, 1 Cor. 3 : 8, 1 Thess. 4 : 6 enz., maar ook de woorden, Mt. 12 : 36, en de verborgen raadslagen des harten, Rom. 2:16, 1 Cor. 4:5; want er blijft niets verborgen en alles wordt openbaar, Mt. 6:4, 6, 18, 10: 26, Ef. 5 :11—14,

1 Tim. 5 :24, 25. Norma is dus in het eindgericht het gansche woord Gods, naar zijne beide deelen: wet en Evangelie. Maar daarbij zegt de Schrift toch duidelijk, dat rekening gehouden zal worden met de mate der openbaring, welke iemand ten deel is gevallen. Die den wil des Heeren kenden en niet deden, zullen met dubbele slagen geslagen worden, Luk. 12 :47. Het zal Tyrus en Sidon in den dag des oordeels verdragelijker zijn dan Jeruzalem en Kapernaum, Mt. 10 :15, 11: 22, 24, Mk. 6 : 11, Luk. 10:12, 14, Hebr. 2: 3. Wie het Evangelie niet hoorden, worden ook niet naar het Evangelie maar naar de wet geoordeeld; en de Heidenen, die de Mozaïsche wet niet kenden maar zondigden tegen de wet, die hun van nature bekend is, komen ook om zonder die Mozaïsche wet, terwijl de Joden juist door deze geoordeeld worden, Rom.

2 :12. Hoewel de Schrift het oordeel laat gaan over alle menschen zonder uitzondering, Mt. 25 : 32, Hd. 17 : 31, Rom. 2:6, 14:10, 2 Cor. 5 :10, 2 Tim. 4:1, Op. 20:12, maakt zij daarbij toch onderscheid tusschen die natiën, welke het Evangelie gekend en ten slotte het anti-christendom hebben voortgebracht, en die andere volken, welke nooit van Christus hebben gehoord en daarom voor de eerstemaal bij zijne parousie van Hem vernemen, terwijl zij voorts nog bijzonder spreekt van het oordeel over de kwade engelen, en van de plaats, welke de goede engelen en de geloovigen in het eindgericht innemen.

Zeker kost het moeite, om van dat gericht zich eenige heldere voorstelling te vormen. Het draagt zonder twijfel niet uitslui-

Sluiten