Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelt en dat zijnde niet vernietigt doch in eene verkeerde, van God afgewende richting stuurt. En de lichamelijke dood is niet bloot een natuurlijk gevolg doch eene positieve, door God bedreigde en voltrokken straf op de zonde. In dien dood vernietigt God den mensch niet, maar scheidt Hij ziel en lichaam tijdelijk vaneen, om beide in stand te houden en bij de opstanding weder te vereenigen. De Schrift leert duidelijk en onwedersprekelijk de onsterfelijkheid van den mensch. Het conditionalisme verwart het ethische met het physische zijn, als het in de amnktia, die de straf der zonde is, eene vernietiging van de substantie des menschen ziet. En evenals God in den eersten dood den mensch niet vernietigt, zoo doet Hij dit ook niet in den tweeden dood. Immers wordt deze in de Schrift ook omschreven als pijniging, Mt. 25 :46, weening en knersing der tanden, Mt. 8:12, verdrukking en benauwdheid, Rom. 2 :9, onuitblusschelijk vuur, Mt. 18:8, nooit stervende worm, Ml9:44 enz., welke uitdrukkingen alle het bestaan der verlorenen onderstellen. Maar hun toestand kan toch dnwksia, (p&oQa, ókeibQog, Itavutog heeten, wijl zij in zedelijken, geestelijken zin geheel te gronde zijn gegaan en in volstrekten zin die levensvolheid missen, welke den geloovigen door Christus geschonken wordt. Zoo heet de verloren zoon vsxqo; en cotoIwAos, Luk. 15 :24, 32, de Efeziers in hun vroegeren toestand vexqoi in hun zonden en misdaden, Ef. 2:1, 4:18, die van Sardes vexqoi, Op. 3 : 1 enz., zonder dat iemand hierbij aan hun niet-bestaan denkt.

Aan eene zelfde miskenning van bet ethisch karakter der zonde maken 4° de voorstanders van de apokatastasis zich schuldig. Het woord is aan Hd. 3:21 ontleend maar houdt daar, gelijk thans iedereen erkent, volstrekt niet in, wat er thans mede bedoeld wordt. De Schrift leert nergens, dat eenmaal alle menschen en zelfs alle duivelen zalig zullen worden. Wel spreekt zij dikwerf zeer universalistisch, omdat het werk van Christus intensief van oneindige waarde is en aan de geheele wereld en menschheid in haar organisch bestaan ten goede komt. Maar zij sluit beslist uit, dat alle individuën onder de menschen of ook zelfs de duivelen eenmaal burgers zouden worden in het koninkrijk Gods. Ten allen tijde is de leer van de wederbrenging aller dingen dan ook slechts door enkele personen geleerd en zelfs heden ten dage vindt onder de theologen nog eer het conditionalisme dan de apokatastasis voorspraak. Feitelijk is deze leer ook niet van Christelijken doch van heidenschen oorsprong, en draagt zij geen Schriftunrlijk doch een wijsgeerig karakter. Het is het pan-

Sluiten