Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orde ook ten slotte harmonisch verbonden te zijn. De zaligen zullen daarom niet alleen vrij zijn van alle zonde, maar ook van alle gevolgen der zonde, van onwetendheid en dwaling, Joh. 6 : 45, van den dood, Luk. 20:36, 1 Cor. 15:26, Op. 2:11, 20:6, 14, van armoede en krankheid, smart en vreeze, honger en dorst, koude en hitte, Mt. 5 : 4, Luk. 6 : 21, Op. 7 : 16, 17, 21: 4, van alle zwakheid, oneer en verderf, 1 Cor. 15 : 42 enz. Maar de geestelijke zegeningen zijn toch de voornaamste en zijn ontelbaar vele: heiligheid, Op. 3:4, 5, 7 :14, 19 : 8, 21: 27, zaligheid, Rom. 13 :11, 1 Thess. 5 : 9, Hebr. 1:14, 5:9, heerlijkheid, Luk. 24 : 36, Rom. 2 :10, 8 : 18, 21, aanneming tot kinderen, Rom. 8 : 23, eeuwig leven, Mt. 19 : 16, 29 enz., aanschouwing van en gelijkvormigheid aan God en Christus, Mt. 5 : 8, Joh. 17 : 24, Rom. 8:29, 1 Cor. 13 :12, 2 Cor. 3 : 18, Phil. 3 : 21, 1 Joh. 3 : 2, Op. 22 : 4, gemeenschap met en dienen en prijzen van God en Christus, Joh. 17 :24, 2 Cor. 5 :8, Phil. 1: 23, Op. 4 : 10, 5:9, 13, 7 :10, 15, 21 : 3, 22 : 3 enz. Omdat al deze weldaden in beginsel reeds op aarde aan de geloovigen worden geschonken, zooals bijv. de aanneming tot kinderen, Rom. 9:4, 8:15, Gal. 4: 5, Ef. 1:5, en het eeuwige leven, Joh. 3 :15, 16, 36 enz., hebben velen de zaligheid, welke Christus schenkt, uitsluitend als eene tegenwoordige opgevat, die alleen in den weg van een ethisch proces zich hoe langer hoe meer realiseert1). Ook Ritschl en vele zijner aanhangers leggen eenzijdig den nadruk op de diesseitige Weltstellung des Menschen, houden de zedelijke vrijheid, welke de Christen in het geloof tegenover de wereld ontvangt, voor de voornaamste weldaad, en spreken weing of niet van de eeuwige zaligheid, welke Christus in de toekomst den zijnen bereidt2).

Tegenover het abstracte supranaturalisme der Grieksche en Roomsche kerk, dat de zaligheid uitsluitend transcendent opvat en dus hier op aarde het Christelijk levensideaal in den monnik belichaamd acht, verdedigt deze beschouwing eene belangrijke waarheid. De Reformatie heeft, teruggaande tot de Schrift, deze supranaturalistische en ascetische levensopvatting principiëel overwonnen. Wie gelooft, heeft op datzelfde oogenblik vergeving van zonden en eeuwig leven; hij is een kind van God, dat den Vader dient, niet als knecht uit hoop op loon, maar als een zoon, die uit liefde en dankbaarheid den wil des Vaders volbrengt; en hij volbrengt dien

!) Pfleiderer, Grundriss § 177. Biedermann, Dogm. § 974 v. Scholten, Initia c. 7. 2) Ritschl, Rechtf. u. Vers. III- 459 v. 484 v. 534 v. 600 v.

Sluiten