Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•ééne kudde vormen onder éénen Herder, Joh. 10:16, 17:21. Alle heiligen zullen dan te zamen ten volle begrijpen, welke de breedte «n lengte en diepte en hoogte zij van de liefde van Christus, Ef. 3 : 18; zij zullen saam vervuld worden tot al de volheid Gods, Ef. 3 : 19, Col. 2 : 2, 10, want Christus, dien God vervult, Col. 1 : 19, vervult op zijne beurt de gemeente met zichzelven en maakt ze tot zijn pleroma, Ef. 1 : 23, 4 : 10. En aanzittende met Abraham, Izak en Jakob aan eénen disch, Mt. 8 . 11, hellen zij uit éénen mond het loflied aan tot eere van God en van het Lam, Op. 4 : 11, 5 : 12 enz. Van de gemeente op aarde zegt de Schrift menigmaal, dat zij een klein kuddeke vormt, Mt. 7 . 14, 22 :14, Luk. 12 : 32, 13 : 23, hetgeen door de historie tot op den huidigen dag bevestigd wordt. En zelfs tegen het einde der dagen, als het Evangelie onder alle volken gepredikt zal zijn, zal de afval toenemen en het getal der getrouwen gering zijn ; reeds de protetie des 0. Test. verkondigde, dat slechts een overblijfsel van Israël zich tot den Heere bekeeren en behouden zou worden, en het N. Test. koestert evenzoo de verwachting, dat degenen, die volharden tot den einde toe, weinigen zullen zijn, Mt. 24 :13, 25 : lv., Luk. 18 : 8. Maar aan de andere zijde spreekt de Schrift dikwerf toch zeer universalistisch. Het verbond der genade wordt in Adam aan heel de menschheid bekend gemaakt, Gen. 3 :15. Het verbond der natuur, dat na den zondvloed gesloten wordt, omvat alle schepselen, Gen. 9 :9, 10. In Abraham worden alle geslachten der aarde gezegend, Gen. 12:3. De verlossing, welke eens aan Israël geschonken zal worden, komt allen Heidenen ten goede. Jezus zegt, dat Hij zijne ziel zal geven tot een rantsoen voor velen, Mt. 20: 28, en dat velen zullen komen van Oosten en AVesten en zullen aanzitten met Abraham, Izak en Jakob in het koninkrijk der hemelen, Mt. 8.11. De genade, die in Hem is verschenen, is veel meer overvloedig dan de ■overtreding van Adam; zij komt over alle menschen tot rechtvaardigmaking des levens, Rom. 5:12—20, 1 Cor. 15:22. In deze bedeeling worden alle dingen in den hemel en op de aarde onder ■Christus tot één vergaderd, Ef. 1:10. En eens aan het einde, zal alle knie voor Christus zich buigen en alle tong Hem als den Heer belijden, Phil. 2:10, 11. Dan zal eene groote schare, welke niemand tellen kan, staan voor den troon en het Lam. Op. 7 :9, 19 : 1, 6. Het zijn volkeren, die zalig worden, en in het licht van het nieuwe Jeruzalem wandelen, Op. 21: 24, 26, 22 : 2. En God zal <lan in allen alles zijn, 1 Cor. 15:28.

Sluiten