Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

desniettemin stelt de Schrift het buiten allen twijfel, dat er in die eenheid en gelijkheid eene zeer groote afwisseling en verscheidenheid is. Zelfs de gelijkenis, Mt. 20 : 1—16, waarop men zich menigmaal voor het tegendeel beroept, pleit voor zulk een onderscheid; want Jezus wil met die gelijkenis leeren, dat velen, die naar eigen en anderer meening lang en zwaar hebben gearbeid, in het toekomstig Messiasrijk volstrekt niet zullen achterstaan bij degenen, die veel korter tijd in den wijnberg zijn werkzaam geweest; de laatsten halen de eersten in, want velen zijn wel geroepen en arbeiden in den dienst van het koninkrijk Gods, maar weinigen zijn er, die daarvoor hiernamaals eene bijzondere onderscheiding genieten en eene uitgelezene plaats ontvangen. Veel duidelijker wordt zulk een gradueel verschil • in de heerlijkheid op andere plaatsen in de Schrift geleerd, vooral daar, waar sprake is van een loon, dat een iegelijk geschonken zal worden naar zijne werken. Dat loon wordt thans in de hemelen bewaard, Mt. 5: 12, 6: lv., Luk. 6 : 23, 1 Tim. 6 : 19, Hebr. 10 : 34—37, en wordt eerst in het openbaar uitgedeeld bij de parousie, Mt. 6:4, 6, 18, 24:47, 2 Thess. 1 : 7, 1 Petr. 4 : 13. Het wordt dan geschonken als vergoeding voor hetgeen de discipelen van Jezus hier op aarde om zijnentwil verloochend en geleden hebben, Mt. 5 : 10v., 19 : 29, Luk. 6: 21v., Rom. 8 :17, 18, 2 Cor. 4 : 17, 2 Thess. 1 : 7, Hebr. 10 : 34, 1 Petr. 4:13, en verder ook als vergelding voor de goede werken, die zij hebben verricht, zooals bijv. voor goede besteding der talenten, Mt. 25: 15v., Luk. 19 : 13v., voor vijandsliefde en belangelooze milddadigheid, Luk. 6 : 35, voor verzorging der armen, Mt. 6: 1, voor bidden en vasten, Mt. 6 : 6, 18, voor het dienen der broederen , Mt. 10 : 40—42, voor trouwen dienst in het rijk Gods, Mt. 24 : 44—47, 1 Cor. 3: 8 enz. Dat loon zal in verband staan met en evenredig zijn aan de werken, Mt. 16:27, 19:29, 25:21, 23, Luk. 6 : 38, 19 : 17, 19, Rom. 2 : 6, 1 Cor. 3 : 8, 2 Cor. 4 : 17, 5 :10, 9 : 6, Gal. 6:8, 9, Hebr. 11: 26, Op. 2 : 23, 11:18,20 : 12, 22 :12. De zaligheid is wel voor allen dezelfde, maar er is verschil in glans en heerlijkheid, Dan. 12 : 3, 1 Cor. 15 :41; er zijn in het Vaderhuis, dat alle kinderen opneemt, vele woningen, Joh. 14:2; en de gemeenten ontvangen alle naar de mate van hare getrouwheid en toewijding, van den Koning der kerk een eigen sieraad en kroon, Op. 1—3.

De Roomschen hebben op deze uitspraken der Schrift de leer van de verdienstelijkheid der goede werken gebouwd, en het recht

Sluiten