Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REGISTER VAN NAMEN.

A.

Abaelard, P.; over het dogma der theopneustie, I 428 — de almacht Gods, II 250 — het werk van Christus III 372.

Aqobard van Lyon; over de inspiratie, I 428.

Agricola-, III 604.

Albertus Magnus-, I 139.

Alcuinus; I 135.

Althaus; over den doop, IV 559 N 2.

Alting,Jac.\ over den duur van Christus' plaatsbekleedend lijden, 111417,418.

Ambrostus; I, 128.

Amesius; III 610.

Amyraldus, P.; I 184, II 380 v.

Anselmus; I 138, over de voldoening van Christus, III 371 v., 416, 437 v., 510.

Apollinaris; over den persoon van Christus, I 120, III 320, 340.

Appelius-, I, 188.

Aristoteles; over de I 209, 222,

226 — de wegen tot zekerheid, I 615, II 34 — het begrip van het Hoogste Wezen, 11 142, 145, 185, 206, 228, 638 — oorsprong en wezen der zonde, III 18 v.

Arius; over de Drieëenheid, II 294 — over de menschwording van Christus, III320,340. Zie ook Arianisme.

Arminius; over de praedestinatie, II 380 — den eisch van gehoorzaamheid na den val, III 237.

Arnold, M.; I 200.

Athanasius-, I 120, II 289 v., 324.

Augustinus; Zijn beteekenis voor Kerk en Theologie, 1 84, 129 v. — over 's menschen kennis, I 130, 232, II 39 _ de waarde en ongenoegzaamheid van de algemeene openb. Gods en de philos., I 130, 311, 323, 331 — de wonderen, I 390 — oorsprong en gezag der Heil. Schrift, I 424 v. — de Kerk als motief des geloofs aan de H. Schrift, I 482 — de al- of niet noodzakelijkheid der H. Schrift, I 494 — het geloof, I 607,612 — de noodzakelijkheid der gratia interna,

I 621 v. — geloof en weten (Theologie), I 655 — God, 1131, II 11, 24, 28, 80, 103, 142 v„ 202 — de eigenschappen Gods, II 110 v. — de alomtegenwoordigheid Gods, II158 — de eenvoudigheid Gods, II166 — den tijd, II 152 — Gods voorwetenschap en 's menschen vrijheid, II 189 v., 192 v. — invloed van Plato en het Neoplaton., op hem, II 39, 197 v., 259 — zijn ideeënleer,II197 v.,447 v.— over het zijn Gods en dat der schepselen,

II 202 — God als summum bonum, II 207 — Gods macht en wil, II 250 v. — de Drieëenheid, II291 v., 311, 326 v., 329, 334, 336 v. — zonde en genade, II 358 v., 372 v., 394, 397, III 577 v., 585 v. — de wereld, I 131, II 461 v., 657 — de kennis

Sluiten