Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Herrmann; over grond en inhoud des geloofs, I 49, 585, 600, III 279, 686, IV 60, Seins- en Werturteile I 167 v., metaphysica en religie I 584, wedergeb. en rechtv. IV 41, 51.

Hieronymus; I 129, zijn beperking van Gods alwetendheid, II 187, 647.

Hilarius Piclaviensis; I 128, over het lijden van Christus, III, 339.

Hippolytus-, I 114.

Hodge, Ch.\ I 203 v. — over de methode der Dogmatiek, 1 81.

Hoekstra, S.\ over den grond des gcloofs, I 578.

Hofmann, J. C. K. von; I 45 v., 558 v. — over het werk van Christus, II 384 N. 3, 420.

Holden-, over de inspiratie, I 430 v.

Holtius; I 188 — III 608.

Honert, J. v. d.; over geloof en rechtvaardiging, III 609 — IV 230.

Hopkins SamI 202.

Huss, Joh.-, I 142 v.

I.

Ihmels-, over den grond des geloofs, I 566 v.

Irenaeus- zijn beteekenis als Kerkvader, I 114 v, 116 v. II, 286 v. — over God, II 93 — de Drieëenheid, II 286 v. — Christus' werk, III 369 v. — de heilsorde, III 574 — het primaat van Rome, IV 382 — den tusschentoestand, IV 667 v.

Isidorus Hispalensis; I 85, 135.

J-

Jacobi; I 160, 273 — over de openbaring, I 298 — de bewijzen van Gods bestaan, II 58, 71.

James, William; over de eigenschappen Gods, II 102 N 5 — zijn Prag¬

matisme, III 678 v., vg. ook Religions-psychologie.

Jones, J. Cynddylan; over de zonde van Adam en in verband daarmede over rechtvaardigmaking en wedergeboorte, III 100 v.

Joris, David; over de Drieëenheid, II 299.

Justinus Martyr ; I 114 N. 1, II 284 v. — over Christus' Godheid en de Drieeenheid, II 284 v. — de schepping uit een ongevormde stof, II 428 — Christus' werk, III 369—de heilsorde, III 574 — den tusschentoestand, IV 667.

K.

Kaftan, Julius-, over de dogmatiek, I 15 v., 33 v., 50 v., 167, 300, 443 v.

— zijn leer van God, II 99 — zijn leer van Christus, III 279 v. — van het werk van Christus, III 387 v., 685 v. — de toepassing des heils, III 685 v., IV 42.

Kaftan, Theodor.; I 164 v.

Kahler, Af.; I 565 v.

Kant, Immanuel; I 11 v., 215, 575 v., 596 v. 616 v. — over zedelijkheid en religie, I 39, 47, 266 — zijn beteekenis voor de Theol. en Dogm., I 159 v., 578 v. — over de kennis Gods, II 16 v., 21, 96 — de aangeboren vormen, II 36 — de Drieëenheid, II 300 — de antinomie in het wereldbegrip, II 451

— den oorsprong der zonde en den Hang zum Bösen, III 57 v., 119, 618, IV 35 — Jodendom en Christendom, III 219 — Christus, III 273 v. — de verlossing en hoe ze tot stand komt, III 617 v., IV 36 — de Kerk, IV 314 — de onsterfelijkheid der ziel, IV 650.

Karg, (Parsimonius); zijn ontkenning van de obedientia activa, 111376,416.

Keckermann, B.; zijn systeem der Theologie, I 92 v.

Kleman, David; over de orde des heils, III 609, IV 12.

Kleutgen-, I 151.

Kohlbrugge, D■; over de ontvangenis van den Heiligen Geest, III317, N

Sluiten