Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 _ over het beeld Gods, vleeschwording en voldoening, III 317 N 1, 384 N 3, 446 — over rechtvaardigmaking en heiligmaking. IV 273 N 2.

hönig, Ed.; over de profetische visioenen en de inwendige openb.,

I 347 v. — het geloof, IV 109 N 3.

Kuenen; I 192, over de leer der engelen in het Oude Testament, II 466.

Kurtz; over het scheppingsverhaal,

II 522.

Kuyper, A.; over de rechtvaardigmaking, IV 229 N 3 — over den doop IV 560.

L.

Labadie, de-, IV 315.

Lactantius-, Zijn Divinarum Institutionum libri, I 84.

Ladenburg; over het Christendom,

I 264.

Lagarde; over de scheiding v. vrije godsdienstwetenschap en kerkelijke theologie, I 30, 544.

Lamennais; I 150.

Lampe; over de generatie des Zoons,

II 298 — het geloof, IV 106 N 3.

Lasco, Joh. a; over het avondmaal, IV 611 N 3.

Leenhof, Fred. van-, IV 162.

Leibniz; over de wonderen in het wereldplan Gods, I 391 — openbaring en rede. I 543 — het aan¬

geboren zijn van de noodzakelijke

en algemeene waarheden, II 35 v. — de tegenwoordige wereld als de best mogelijke, II 239, 456, 464 — het bestaan der engelen, II 467, 468 v.

Leontius, van Byzantium- I 121.

Lessing-, over de openbaring, I 298, 308, 398 — het gezag der Heilige Schrift, I 488, 495 — zijn bestrijding van de noodzakelijkheid der Heilige Schrift, I 495 v.

Lessius ; over de inspiratie, I 429, 452 v.

Leijdecker, Af.; I 94.

Liguori, Alph. de-, I 149.

Lipsius, R. A.; I 48, 166, 588 v.

Loisy, Al fred; I 108.

Lombardus; Petrus als dogmaticus, I 85, 139.

Lombroso; III 105, 164.

Lugo; over den laatsten grond des geloofs, I 624 v.

Luther, Af.; Zijn reformatorisch optreden en beteekenis voor de Theologie en Dogmatiek, I 154, III 587 v.

— IV 196 v. 309 — over rede en openbaring, natuur en genade, I 314, 315. II 41, IV 447, 477 — de Heilige Schrift en hare theopneustie, I 435 — Gods wezen, II 14

— de praedestinatie, II 365 v. — het Oude en Nieuwe Testament, III 216 — boete en bekeering, III589 v. IV 149 — wedergeboorte en geloof, IV 46 N 3, 51, 52 — de rechtvaardigmaking in de voorlezingen over den Rom. brief, 1515, 1516, IV 196 v. — de Kerk IV 309 v.

— de regeering der Kerk, IV 402, 422 — de biecht, IV 178, 445 — de kerkelijke tucht, IV 446 — den doop, IV 555 — het avondmaal, IV 609 — Vgl. verderLutherschen.

M.

Maccovius, Joh.; I 177. — zijn supralapsarisme, II 377, 378, 379 N. 1 — over roeping en wedergeboorte, IV 61.

Makari; I 125.

Malebranche; over den weg tot kennis, II 36.

Mansel; over de kenbaarheid Gods, II 20.

Marcellus van Ancyra; over de onder¬

werping van Christus aan aen Vader, III 549.

Marcion-, over de tegenstelling van het Oude en Nieuwe Testament, I 437, II 189, 225, III 404.

Maresius-, tegen Voetius, I 178.

Martensen ; I, 551.

Martineau, J.; I 200.

Sluiten