Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Perrone, J.\ I 88 v., 151.

Pesch, C.; over de eigenschappen Gods, II 102.

Peschel, O.; over den oorsprong der religie, I 279.

Peyrère, Isaac de la-, zijn praeadamitisme, II 559.

Pfleiderer; I 47, 162.

Philaret-, I 125.

Philippi-, als dogmaticus, I 164, 559.

Philo-, over het wezen Gods, II 93 — de Goddelijke krachten als hypostasen, II 101 — zijn Logosleer, II 197, 265 v., 268 — over het geloof, IV 92.

Photius-, I 124.

Pighius; over de erfzonde, III 83.

Piscator-, zijn loochening van de obedientia activa, III 376, 416, 605.

Placaeus-, I 185, III 88.

Plato; over God en onze kennis van Hem, II 8 v., 84, 100 — hetleeren, II 34 v. — de ideeën, II 100, 228, 265 — zijn invloed op de ontwikkeling der Christel. Theologie,

II 197 v., 446 — over den oorsprong en het wezen der zonde,

III 18 v., 32 — de onsterfelijkheid der ziel, IV 648.

Plotinus; over God als causa sui, II 145 v., 229 — Zie ook Neoplatonisme.

Pobedonoszew; IV 317.

Poiret; over het werk van Christus, III 375.

Porphyrius • zijn bestrijding van de Schrift, I 438.

Porretanus; Zie Gilbert.

Rauwenhoff; zijn wijsbegeerte van den Godsdienst, I 48, 596 v.

Raymund de Sabunde-, I 312.

Reinhard; I 158.

Reischle; zijn leer van God, II 98.

Rènan, E.; over de wonderen, I 389.

Ribot; over de erfelijkheid van psychische eigenschappen, III 105.

Richter, Fr.-, over de leer van de laatste dingen, IV 650.

Ritschl, Albrecht; zijn Theologie, I 12, 48 v., 166, 299, 443, 579 v., 594 v., 605 — zijn school, I 49 v., 167 v., 300, 584 v., 649, IV 635 v. — zijn leer van God, II 97, 212 — zijn leer van Christus, II 297, III 278 v., 304 v., 323 v., 346 —over het voorzienigheidsgeloof, II 639 — de zonde en haar oorsprong, III 22 v., 74, 76 — zijn nominalisme, III 76 — over Christus' werk, III 385 v., 511 v., 525, 527 — Mark. 10 : 45,

III 442 — zijn heilsleer, III 633 v.,

IV 207 v. — over de wedergeboorte, IV 40, 51 — het geloof, IV 108 v., 111 — de rechtvaardiging, zie boven werk van Christus, heilsleer, en voorts, IV 231 N 2 — over de volmaakbaarheid, IV 281 — over de zaligheid, IV 804.

Ritschl, O.; I 50.

Roêll ■ II 298.

Rohnert, W.; I 165.

Rothe; zijn Theologie, 147,268,552 — over de openbaring, I 299, 361 — de inspiratie, I 445 — de wedergeboorte, IV 40.

Rousseau, J. I 272, III 73.

Rufinus-, I 128.

R.

Rabaut; I 189.

Ramus. Petrus: ziin invloed op de

historie der Geref. Kerk en Theologie, III 609.

Rashdall, Hastings; I 200.

Rathmann, Hermaan ; over de verhouding van Geest en Woord in de bekeering, IV 501.

s.

Sabatier, Aug.; over het dogma, I 8, 195 — zijn Theologie, I 194 v., 590 v., 600, 602. Zie ook Symbolofideisme.

Sabellius-, I 118. Zie verder Sabellianisme.

Samosate, Paulus van; I 118.

Sanseverino; I 151.

Sluiten