Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stearns, L. French; I 204.

Stöckl, A.; I 151.

Strausz, D.'F.; I 47, 162, 262, 263 III, 275.

Suarez; over den laatsten grond des geloofs in de openbaring, I 624.

Suess, over den zondvloed, II 526.

Swedenborg; over de Drieëenheid, II 300 — de engelen, II 467 — het werk van Christus, III 376.

T.

Tennant, F. R.; over oorsprong en voortplanting der zonde, III 28 N. 1, 29, 78, N. 1 en 2.

Tertullianus; over de philosophie, I 114 — zijn beteekenis voor de Theologie, I 116, II 173, 287 v. — over de natuurlijke Godskennis, II 38 — de lichamelijkheid en deaffekten Gods, II 173 — zijn Bijbelsch realisme, II 173 — over de Drieëenheid, II 287 v. — Christus' werk, III 370 — de Kerk van Rome in verhouding tot andere, IV 383, 384 — den doop van kinderen en het nuttige van het uitstellen van den doop, IV 570.

Theo dor et us ; I 83 v. 122.

Theophanes Procopowitsch; I 125.

Thomas, Aquinas; als dogmaticus in zijn Summa, I 86 v., 139 — over de deugden en de plaats van de religie onder deze, I 242 v. 260 — de natuurlijke en de bovennatuurlijke openbaring, I 312 v. 323,325, 331 — het dogma der Heilige Schrift

I 425 v. — onze kennis van God,

II 13 — de kennis, die God bezit van het contingente en vrije, II 192 v. — de voldoening van Chris*tus, III, 372 v. 447 — de werking der sacramenten, IV 528.

Thuynen, Theodorus van ; over het geloof, IV 107 N. 1.

Tiele-, over den godsdienst, I 256 v.

Troeltsch; I 12 v. 53, 59, 171, 208 — over de ethiek, I 39. Zie ook Religionsgeschichtl. methode.

Turretinus, J. A.; I 189. Twesten als dogmaticus-, I 551.

V.

Verschoor, Jakobus-, IV 162, 211, N 1 — Zie voorts Antinomisme.

Victorinus, Rhetor; I 128.

Vinet, Alex.; I 193 v., 574.

Vittoria, Franz de-, I 145.

Vlak, Joh.; over de tweeërlei rechtvaardiging, III 608.

Voetius G.; Zijn bestrijding van de Cartesiaansche leer der ideae innatae, II 43.

Vorstius; over Gods wezen en eigenschappen, II 16, 143, 168,174,392.

de Vries, Hugo; Zijn mutatie-leer II 551, N 3.

Vrolikhert C.; over het geloof, IV 107, N 1.

w.

Wallace, Alfred R.; over de bewoonbaarheid der planeten en zijn bestrijding daarvan II 470 v.

Wegscheider; I 158, 379.

Weissmann; over de overerving van verworvene eigenschappen, II551 v. III 104.

Werenfels, S.; I 189.

Wesley, John.; I 196 v. III613, IV 262 v. — Zie voorts Methodisme.

Wette, de; als dogmaticus I 160.

White, Edward; over de conditioneele onsterfelijkheid, IV 788.

Wiclif-, I 142 v. — over de Heilige Schrift, I 427.

Wobbermin-, over de dogmatiek en de metaphysica in de Theologie, I 51 v. 599 — over God, II 99.

53

Sluiten