Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met 's metischen vrijheid, II 189 v.

— Zie ook vóórwetenschap Gods.

Ambt der geloovigen-, IV 411.

Ambten van Christus; III 368 v. 374, 399 v. 427 — bestrijding dezer leer,

III 380 v. 401 — bij Ritschl III 385 v.

Ambten in de Kerk-, buitengewone en gewone, IV 368 v. — in betrekking tot de gaven, IV 358, 410 v. 456 — orgaan der gemeente, IV 413 v.

— aantal, IV 419 v. — Zie ook Verkiezing der ambtsdragers, Examinatie enz.

Amerika-, geschiedenis derGeref.Theol. in, I 201 v. III 89, 607 — Hoe het bevolkt is geworden, II 565.

Amerikanisme in de Roomsche Kerk, I 152 — Zie ook Reform-Katholicisme.

Amyraldisme in Engeland, I 179 v. — Zie ook Saumursche Theologie.

Anabaptisme-, I 181 v., III 215, IV 314 v.

— over de verhouding van natuur en genade, I 182, 314, 315, III 215, 321, IV 314 v. 446, 453 — leer van het inwendig woord en bestrijding van de noodzakelijkheid der Heilige Schrift, I 494 v. III 215, IV 499 v. — over de Drieëenheid, II 299 — den staat der rechtheid, II 571 — over de erfzonde, III 77 — over de menschwording van Christus, III 318 v. 321, 481 — over de genademiddelen, IV 30, 45, 314 v. 513, 558 — den ban, IV 446 — den kinderdoop, IV 573 v. — Anab. en Rationalisme, I 315, 495.

Analogia fidei bij de uitlegging der Schrift, I 511.

Analogieën voor de leer der Drieëenheid, II 332 v.

Analytische indeeling der Dogmatiek bij Calixtus e. a., I 92 v.

Anarchisme zedelijk bij Nietzsche e. a.,

IV 278.

Andover position in Amerika over de eeuwige straf, IV 786 N. 2.

Anglicaansche Kerk in Engeland, IV 317, 381, 486, 613 v.

Animisme-, I 282.

Anthropologisch bewijs voor de onsterfelijkheid der ziel, IV 653 v.

Anthropomorphieten over God, II 155, 167, 173 v.

Anthropomorphisme in openbaring en Schrift, I 320, 400, II 77 v. — recht

er van, II 82 v., 596 —waarde, II85 v.

Antichrist-, IV 752 v.

Anti-geologische theorie tot verzoening van Schrift en geologie, II 525 v.

Anti-neonomianen in Engeland enz., I 179 v., III 606 v., IV 228.

Antinomisme; III 603 v., 653 v., IV 210

— over de zonden der geloovigen, III 173, 445 v., 603, IV 239 v. — over de plaatsvervangende voldoening van Christus, III 445 v., 603 v. — zijn verwantschap met het Pantheïsme, III 654 — fout van het, IV 125 — oyer de rechtvaardigmaking, IV 227 v., 239 v. — over de heiligmaking, IV 273 — zijn bestrijding van de beteekenis der wet, IV 278, 493. 499.

a.7rcY.xX{j7TTe.iv en <pa.ve.povv ; I 336 v.

Apologeten-, I 113, 536, 545, 573, 621

— over de theopneustie, I 424 — den Logos in zijn verhouding tot de wereld, II 446 — de heilsorde, III 574.

Apologetiek; haar taak, plaats, waarde

in de Theologie, I 37 v., 544 v. — volgens Rome, 1 541 v.

Apologie der Christelijke waarheid bij profeten, Jezus en de apostelen, I 535 v. — daarna I 536 v.

Apostelen; hun ambt en roeping, I 417, 418, IV 359 v., 364 v., 393 v., 429 v., 463 v. — hun bekwaammaking door den Geest, III 565 — hun macht om de zonden te vergeven, IV 173 — in ruimeren zinr IV 362.

Apostoliciteit der Kerk-, IV 352v.

Apostolische eeuw-, hare beteekenis voor de bijzondere openbaring Gods, I 363.

Apostolische geschriften-, gezag daarvan

in de eerste Christelijke kerk, 42, 419 v.

Apostolische vaders-, I 110, II 283, III 19, 593, IV 28, 138, 252, 667.

Apostolisch symbool-, ontstaan daarvan,

I 43.

Arianisme; nawerking daarin van het Gnosticisme, II 101 — vgl. verder,

II 293 v., 296 v., 344, 441, 444.

Armemë-hypothese; over de plaats van

het Paradijs, 11 563 v.

Arminianisme; over de praedestinatie enz., II 379 v., III 216, 237, 519 v.— in Engeland, I 178 v. — inNeder-

Sluiten