Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land, I 182 v. — vgl. verder Remonstranten.

Articuli mixti; kennis van deze volgens Rome, I 312 v.

kpfji ; in de Gr. philosophie, 1 209, — in de Schrift, 1 210.

Ascese; als beste weg tot de volmaakt- ; heid bij Rome, I 376 v., IV 258 — oordeel daarover in de Reform, j IV 260 v.

Aseïtas; zie Onafhankelijkheid Gods.

Assistentie; negatieve, des Heiligen Geestes bij het ontstaan van sommige bijbelboeken, door sommigen geleerd, I 429 v.

Atheïsme-, II 30v., 82 — in absoluten j zin bijna ondenkbaar, II 32, zelfs , zeldzaam als loochening v. een persoonlijk God, II 32 v.

Atomen -, in het Materialisme, II 434.

Attritio; zie Contritio.

Aufklarung; I 157 v., III 617, IV 35.

Augustinianen; over de inwendige roeping, IV 13, 65.

Autoriteit der Heilige Schrift; zie Gezag.

Avondmaal; IV 590 v., instelling, IV j 594 v., — bedienaren, IV 616 — plaats en tijd en wijze van bediening, IV 618 v., 641 — onder ppn of twee teekenen, IV 627 —

av. en doop, IV 635 v., 642 — alleen voor geloovigen, IV 638 v.

— niet voor kinderen, IV 641 v.

— bij Rome, IV 539 — werking volgens sommigen op het lichamelijk leven, IV 39 v.

B.

Babel en Bijbel; II 501 v.

Ban onder Israël; IV 428, 463, in de eerste Christelijke Kerk, IV 139. Zie ook Tucht.

Baptisme in Engeland; I 185 v.

Barmhartigheid Gods; II 208 — nog in de hel, II 401, 405; IV 797.

Barmhartigheid, Dienst der, in de Kerk, IV 468 v.

Bath-Kól in de Joodsche Theologie, I 343.

Bediening des Woords bij Rome; IV

432, 4ï>4; volgens ae uereiurmeci-

den, IV 457.

Beeld Gods als naam van den 2en persoon in het Goddelijk wezen, II 278 v.

Beeld Gods in den mensch-, II 487, 566 v. — volgens het Pelagianisme, II 570 v. — volgens Rome, II 576 v., 631 v. — volgens de Lutherschen, II 589 v., 631 v. — volgens de Gereformeerden, II 589 v., 631 v.; III 137, 177 — eerst ten volle gerealiseerd in de menschheid, II 621 v. — bij de engelen,

II 487.

Beeldenstrijd; I 123, 136.

Begeerlijkheid; bij Augustinus, III 82, 140 — in de Roomsche Theologie,

III 83 v., 140 — bij de Gereformeerden, III 86, 141 v. — bij Luther, IV 203 N. 1.

Begrafenis van Christus ; III 459.

Begraven in Israël enz. IV 657, 773.

Begrijpen in onderscheiding van kennen en weten, I 667.

Bekeering; IV 127 v. — in de nietChristelijke wereld, IV 127 v. — in de Heilige Schrift, IV 130 v. — onderscheid in wijze en tijd, IV 136 v., 153 v., 165 v. — bi[ kinderen des verbonds, IV 155 v. — op het sterfbed, IV 157 N. 1 — verschillende vragen daarover in de Reformatie, IV 148 v. — en wedergeboorte, IV 33, 34 v„ 43 v. — en geloof bij Luther, III 590, 597, 670; bij Calvijn III 596 v., 670, 672 — bij de Gereformeerden, IV 144 v., 151, 179 v., als eisch, IV 496 v., zie ook Biecht, Tucht.

Bekeering der Joden ; wat het Nieuwe Testament er van leert, IV, 738 v.

1 Bekeeringsgeschiedenissen; IV 159.

Belijdenis; Mag en moet de kerk ze hebben ? I 6, 73, IV 458 v. — in verhouding tot de Schrift, I 7 v., 25, 73, IV 459 — en Dogmatiek, I 7 v. 74 v.

Belijdenis van zonden; IV 172, 240.

Benoemingsnamen Gods; II 124 v.

Berouw in de bekeering; IV 164v. — is geen verzoening voor de zonde, III 421, IV 167.

Beschermengelen; II 490 v.

Sluiten