Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Besluiten Gods; II 349 v. Zie ook Raad Gods.

Besnijdenis van Christus; III 457.

Besnijdenis-, IV 543 v. — en doop, IV 575 v.

Bevestiging in het ambt; IV 417 v.

Bewijzen voor Gods bestaan in de Heilige Schrift; II 53 v. — in de Philosophie en Theologie, II55v. — beteekenis en waarde II, 71 v.

Bewijzen voor de onsterfelijkheid der ziel; IV 652v.

Bewustzijnstheologie in den nieuweren tijd ; I 46 v., 63 v., 78, 496, 558, 604.

Bezetenheid; III 197.

Biecht; Sacr. v. d. in de Roomsche kerk, IV 141 v. 170 v. 194, 253, 432 v. 461, 539 v. — bij de Lutherschen, IV 173 v., 178, 445 v. — beoordeeling, IV, 171 v. — voorleeken, IV, 171 N. 4. Zie ook Bekeering, enz.

Bijbel en Babel; II 501 v. Zie voorts Heilige Schrift.

Bijbellezen bij Rome; I 506, 508 — in het Protestantisme, I 509 v.

Bijbelsche Dogmatiek; I 44 v., 67 v.

Bijbelsche Theologie en dogmatiek; 124.

Bijbelsche theologen in de Luthersche kerk van Duitschland, I 165.

Bijgeloof; I 339, III 193 v.

Bijzondere openbaring; In verband met de algemeene, I 312 v., 333, 357 v., 367 — heeft ook natuurlijke elementen, I 322 — is vooral toch bovennatuurlijk, 1371 — haar subject, I 357 — haar middelen, I 358 — haar inhoud I 359 v. — haar historisch karakter, I 359 v., 363,397 v., 485, 504, hetgeen dikwijls miskend is, I 373, 398, 640 en getuigenis noodzakelijk maakt, I 389, 402 — geen mededeeling van leer alleen, maar ook feiten bevattende, I 360v., 404 — geen mededeeling van leven alleen, maar ook van waarheid, I 361, 362, 366 v., 404, 650—haar soteriologisch karakter, I 361 v., 362 — haar doel, I 362 v., 390, 400, 404, 502, 534, 632 — haar grenzen, I 363, 372 — haar gang en verloop en twee bedeelingen, I 403 v., 533 v.

Bisschoppen; Zie Episcopaat.

Bloed als zoenmiddel; III 359.

Bloed van Christus; III 459.

Boeken, heilige; in de verschillende godsdiensten, I 396.

Boete. Zie onder Bekeering, Biecht, Tucht.

Boomen in het Paradijs; II 618 v., III3 v.

Borgtocht van Christus; III 221.

Bovennatuurlijke, het; volgens Rome, I 313, 539 v., II 179 — volgens de Reformatie, I 314 — element van elke openbaring, I 317, 374 — correlaat van elke religie, behoorende tot het wezen van den mensch, I 318, 377 — geschiedenis en recht van dit begrip in onderscheiding van het natuurlijke, I 369 v. — in de Nieuwere Theologie en Philosophie, I 371 — verwerping er van in het Monisme, I 384 — ook reeds vóór den val, I 391 — onderscheiden van het wonder in de Theologie, I 372.

Brahmanen over God; II 8.

Breed-kerkelijke partij in Engeland; I 198 v.

Broeders van Jezus ; III 312 v.

Brood en wijn in het avondmaal; IV617v.

Buddhisme; over den oorsprong der zonde, III18 —over de verlossing, III 554 v., IV 184, 297.

c.

Calvinisme; verbreiding daarvan in de eerste tijden, 1175 v. Zie ook Gereformeerden.

Canon van het Oude Testament I 412, van het Nieuwe Testament, I 419 v., vgl 452.

Canonisatie in de Roomsche Kerk. Zie Heiligverklaring.

Cartesianisme; I 182; over de alomtegenwoordigheid Gods, II 156, 176 — zijn nominalistisch standpunt II 238, 250.

Casuistiek ; IV 280 N. 1.

Catechese; IV 643.

Catechetiek; I 36.

Catechumenaat in de eerste Christelijke kerk IV 138 v.

Sluiten