Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frankrijk, Geschiedenis der Geref. Theoi. in I 175, 184, 188, 193 v.

Fundamenteele artikelen; 1 658 v., 660 v.

Future probation, Leer van de. in Amerika I 202; IV 786 N. 2,

Gabriel; II 475.

Gallicanisme; over de onfeilbaarheid der Kerk, I 515.

Gaven des Geestes in de Kerk, IV 324 v.

— en ambt, IV 358, 410 v. 456.

Gebed; in verband tot den Raad Gods, II 418.

Gebedsleven van Christus; III 430 N. 3.

Geboden, Tien; IV 278, 280 — Zie ook Wet Gods.

Geest, Heilige; II 261 v. 264, 279 v. — persoonlijkheid, II 280, 319 v. IV 60 — Godheid, IV 281, 319 v. IV 60 — bij de apostol. vaders, II 283, 320 — werk in de schepping,

II 445 _ werk in den eersten mensch, II 600 III 314 — werk in de ontvangenis van Jezus en de verdere ontwikkeling van Jezus' menschelijke natuur, III 313 v. 488 v. 562 v. — in de verhooging van Christus, III 658 — Zijn werk als principe der openbaring, I 347 v.

— als principe der subjectieve openbaring, I 364 v. 404, 534

— in de inspiratie der Schrift, I 449 v. 457 v. — als getuige van Christus, 1 417 v. 534 — Zijn getuigenis omtrent de Heilige Schrift

— Zie Testimonium Spiritus Sancti

— Zijn werk in de Nieuwe Bedeeling in het alg., I 524 v. 632, 639

III 562 v. 657 v. 686 v. IV 73 v. — en Woord, IV 88, 499 v. — als Geest van gemeenschap, IV 76 — Zijn tweeërlei werkzaamheid, III 565 — Zijn buitengewone werkingen in de eerste Chr. Kerk, III 566 v.

— als band van gemeenschap tusschen Christus en de Zijnen, III 572, IV 249, 270 — zonde tegen den III 156 v. IV 291 — Zie ook Uitstorting des Heiligen Geestes enz.

Geest des menschen, II 597, IV 73 — in vergelijking met het Geest zijn van God, II 176.

Geestelijke natuur Gods, II 171 v. — niet identisch met persoonlijkheid Gods, II 177—grond van de wijze van zijn dienst, II 177.

Geestelijke wereld, II 465 v. — bestaan,

II 468 v. — geloof daaraan niet philosophisch, maar religieus van aard, II 469.

Geestelijke wonderen, I 354, 371 v. 404.

Geestelijk leven, als vrucht der wedergeboorte, IV 72 v. — heeft wasdom noodig, IV 83 v. — gebonden aan het Woord, IV 84 v. 117 v. — bestemming van het, IV 479.

Gehenna; Zie Hel.

Gehoorzaamheid van Christus, III 415 v.

— actieve, III 416 v. — passieve,

III 419 v. — actieve en passieve in onderling verband, III 439 v. — loochening van de actieve, III 376, 416 IV 238 v.

Gelijkenis van den verloren zoon-, IV 184 N 3.

Geloof -, in algemeenen zin, I 606 v. — in Christelijkerf zin als de gewone uitdrukking in de Schrift van de religio subjectiva, I 241, 246 v. — als wondere en moeilijk te omschrijven kracht, I 531 — als principium internum, I 605 v. — verschil tusschen 't geloof in algemeenen en in Christelijken zin, I 608 v. — geen nieuw orgaan, of donum superadditum, I 606, IV 86 v.

— voorwerp. I 609 v. — gebonden aan de Schrift, Gods Woord, I

610 v. — door God gewerkt, I

611 v., 614, II 395 — geschiedenis van Het beprin in de Christelijke

kerk en Theologie, I 612 v., IV 97 v., 121 v. — bij Rome, I 612 v., 656 v., 660, III 584 v., IV 97 v., 195 — in de Reformatie, I 613 v., 657 v., 660 v., IV 99 v. — bij Ritschl, III 633 — historisch en zaligmakend, I 611, 613, IV 119 v., 121 N2 een vrije daad, I 19, 637, 664 — als onmisbaar voor de Theologie,

I 661 v. — en rede, I 663 v. — in het bestaan Gods, II 72 — geen oorzaak, maar vrucht der verkiezing, II 390 v., 420 — wordt niet geschonken krachtens een meritum ex congruo, maar als vrije gave,

II 395 v. — of Christus het ook had, III 269, 340 v„ IV 87, 191 N1 — bij Adam, IV 87 — als vermogen, in de wedergeboorte geschonken, IV 87 — wat het beteekent, dat het zaligmaakt, IV 90 — in de Heilige Schrift, IV 90 v.,

Sluiten