Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112 — onderscheiden in uitgaande en wederkeerende daden, IV 104 v., 122 v., 233 — zetel, in het verstand of in den wil of in beide, IV 101 v.,

— en bekeering bij Luther, III 590, 597, 670, IV 198 v. en bij Calvijn, III 596 v., 670, 672 vgl. IV 151, 153; als eisch IV 496 v. — en rechtvaardigmaking, IV 113,221, 227 v.. 232 v. — en wedergeboorte, IV 114v. — sluit kennis in zich, IV 118v.; zie ook Geloofskennis,

— als vertrouwen, IV 122 v. — zekerheid des geloofs, I 614 v., IV 124 v., 243 v. — heeft geen conditiën, IV 124 — en werken, IV 237, 245, 259, 276 v. — bij kinderen volgens Luther, IV 46 — niet denkbaar buiten de gemeenschap met een bepaalde kerk, I 71.

■Geloof en Theologie-, I 21, 69, 647 v.

Geloofskennis ; I 611, 613, IV 118 v. — bij Kaftan, I 15 v., 34.

Geloofsregel in de eerste Christelijke Kerk, I 42; spoedig daarna, I 43, bij de Gereformeerden, I 73.

Gelooven en weten-, bij Kant, I 12; bij de Hegelianen, I 47; bij de Kantianen en Schleiermacher, I 48 — dualisme v. beide bij Ethische Mod. Gunning, Doedesenz., 1578v.,597v.

Gelooven op gezag; I 488 v., 491, 555.

Gemeenschap der heiligen; IV 323 v., 707 ; 806 v.

Gemeente. Zie Kerk.

Gemeente-samenkomsten naar het Nieuwe Testament, IV 506.

Gemeente van Jeruzalem ; hare organen, IV'368 v., 373.

Gemeinschaftsbewegung-, IV 162, 265.

Genade als eigenschap Gods; II 209; III 660, ook Noot 1 — verschillende beteekenissen van dit woord, III 660 v. —als saamvattende naam voor alle weldaden des verbonds, III 660 v. — bij Rome, II 582 v., 586 v„ 589 ; III 584 v., 661 v.; IV 484, 510, 522, 542 — bij de Reformatie, III 665 v.; IV 215, 478 — algemeene, I 331 ; III 226 v.; IV 8 v.

— en natuur volgens Rome, I 375 v., volgens de Reformatie, I 377 v., vgl. 502; III 657 v.; IV 10.

Genademiddelen ; IV 483 v.; niet absoluut noodzakelijk, IV 810.

Generatie, eeuwige; van den Zoon, II 316 v. — onderscheid van de

schepping, II 318, 345 v., 441 v.— en spiratie des Geestes, II 323 v.

Gene ratio aequivoca; II 550.

Genoegzaamheid der Heilige Schrift;

I 512 v.

Geologie en openbaring; II 519v. — hare verschillende perioden, II 535 v.; III 225.

Gerechtigheid Gods; II 218 v.; III162; IV 186 v., 190 v.; in Christus verheerlijkt, III 404 v., 412.

Gerechtigheid, bij den mensch; oorspronkelijke, in den staat der rechtheid, II 590 v. — verschillende soorten van deze volgens Rome,

II 578, 583 v. — der vromen, III 557.

Gereformeerden; Onderscheid met de Lutherschen, I 172 v.; II 365 v., 370 v., 458 — over de natuurlijke Godskennis, II 42 v. — de kenbaarheid Gods, II 15 — omschrijving van God, II 95, 140 — indeeling van de eigenschappen Gods, II 117 — het beeld Gods,

II 589 v., 594 v. — Christus, III 272, 482 v. — Christus' menschheid en menschelijkeontwikkeling,III337v., 340 v., 483 v. — de aanbidding van Christus, III 347 v, — de uitgestrektheid van Christus' voldoening, III 521 v. — de heilsorde,

III 593 v. — doop en wedergeboorte, IV 31 v., 46 v., 52 — boete, bekeering en geloof, IV 151 —de Kerk, IV 311 v. — stelsel van kerkregeering, IV 405 v., 422 v. — de macht der Kerk, IV 445 v. — de Wet, IV 498; de verhouding van Geest en Woord, IV 500 v. — den doop, IV 556 — den tusschentoestand, IV 671 — hun mildheid en ruimheid, IV 810,811. Zie ook voor de beschrijving der Gereform. Theol. de namen der verschillende landen.

Geschiedbeschrijving in de Heilige Schrift; I 474 v.

Geschiedenis; Wat zij is, I 398.

Geslachtsregisters van Christus; III 316 N 2.

Getuigenis ; in algemeenen zin, I 631 v.; des Heiligen Geestes zie Testimonium Spiritus Sancti.

Gevoel; geen kenbron der godsdienstige waarheid, I 64 v. 275.

Geweten; III 175 v.

Sluiten