Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Historie; Zie Geschiedenis.

Historia revelationis; als wetenschap, I 359, 394.

Historisch-apologetische bewijsvoering voor de waarheid der openbaring, I 535 v.

Historisch-critisch onderzoek der Hei- ! lige Schrift. Zie Critiek.

Historisch-theologisch bewijs; voor het bestaan Gods, II 70 v.

Historische Boeken des Ouden Testaments; I 411.

Hoog-Kerkelijke partij in Engeland; I 197.

Huisbezoek ; IV 461 v.

Huisgemeenten-, in het N. Testament, IV 300 v. 368.

Humanisme-, I 181. — over den mensch als einddoel der schepping II 455.

Huwelijk-, bij Rome, IV 540.

Inspiratie, in den ruimeren zin, I 343. — Zie voorts Theopneustie.

Inwendig woord in het Anabaptisme; I 494 v.; IV 499 v.

Irvingisme; IV 317.

Islam over God ; II 8, 355 — over den heilsweg, III 555.

Israël-, zijn godsdienst volgens de

nieuwere theologie, II 3v., 162 v.; III 205 v„ 219 v., 235 N. 1 — onderscheid tusschen volksreligie en die der profeten in zijn midden,

II 6; IV 657 — als woonstede Gods, II 155; — als volk der verkiezing, II 351 : — zijn religie in samenhang met en onderscheiding van de godsdiensten der volken,

III 228 v. — verbond Gods met, III 229 v., 556 v. — verschil van personen onder hen al naar de houding, die men aannam tegenover verbond en wet, III 556 v. — zijn religie na de ballingschap, III 558 v.; zie ook synagoge — kerk en staat onder hen, vroeger en later, IV 298 ; 426 v. — als theocratie, IV 426 v. — zijn onsterfelijkheidsgeloof, IV 656 v.

I.

Ideae innatae; zie Aangeboren begrippen.

Ideale theorie, ter verzoening van

wetenschap en openoaring, nozi, 531 v.

Idealisme in de philosophie; zie Rationalisme.

Ideeën Gods-, II 199 v.

Ideeënleer bij Augustinus; II 197 v.; bij anderen, II 199 v.; in de nieuwere philosophie, II 199.

Ijstijd volgens de geologie-, II 556.

IJver Gods; II 220.

Illuminatio; Zie Verlichting, Testimonium Spiritus Sancti.

Immanentie Gods; II 160 v. — onderscheiden in physische en ethische II 160 v.

Independentisme in Engeland ; I 185 ; IV 315 — over de plaatselijke kerk, kerkverband en kerkregeering, IV 408, 409, 474.

Injralapsarisme en supralapsarisme, II 371 v., 397 v.

J-

Jakobus en Paulus, over de rechtvaardigmaking, IV 237.

Jansenisme; I 148.

Jeruzalem, het nieuwe, IV 802.

Jezuïten; hun invloed op de ontwikkeling der Roomsche Dogmatiek, I 146 v., 151; II 190 v., 361 v. — over het dogma der Heilige Schrift, I 429 — hun nominalistisch standpunt, II 238.

Jezus-, als naam van den Middelaar, III 395, 529 v. Zie voorts Christus.

Jhvh; als naam Gods, II 128 v., 137 v. — in de Christelijke Theol. als uitgangspunt gebruikt ter omschrijving van het wezen Gods, II 93 v., 106, 139 — hoe opgevat in de nieuwere Theologie, II 163. Zie ook Israels religie.

Johannes, de Apostel over de wedergeboorte, IV 24 v.

Johannes de Dooper-, zijn doop en prediking, IV 545 v.

54

Sluiten