Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75 v. _ der geloovigen, wat er van te denken, IV 43 v., 45,47 v., 61, 62, 114 v., 155 v. — of allen, die vroeg sterven, zalig worden, IV 809 v.

Knecht des Heeren in de Oud-Testamentische profetie, III 361 v.

Koningschap onder Israël; III 253.

Koningschap van Christus; III 399 v. 545 v. _ als grondbeginsel der kerkregeering bij de Gereformeerden, IV 405 v.

Koninkrijk Gods volgens -de prediking van Jezus; III 256 v., 561 v.; IV 19 v., 247 v., 737 v., 801 — en kerk IV 322 — in de Oud-Testamentische profetieën, IV 724 v.

Konstaniinopel in strijd met Rome; I 127; IV 384.

Kopernikaansche wereldbeschouwing; II 513 v.

Kosmogonieè'n in het Heidendom; II 428.

Kosmologisch bewijs voor het bestaan van God, II 58 v. 60 v.

Kruisiging van Christus; III 458.

Kunst en religie; I 276, 287.

Kurios als naam van God; II 135.

Kwade, het, in de wereld, in verband met den wil Gods, II 243.

Kwakers; zie Quakerisme.

L.

Lankmoedigheid Gods, II 208 v.

Xxrpsix en dc-jAzix. Onderscheiding van deze bij Rome, II 496 v.; IV 684 v.

Leger des heils; IV 316.

Leven, volgens de Heil. Schrift, IV 77, 648, 660 v., 675 — volgens Spencer,

I 525 — oorsprong er van naar de nieuwere natuurwetenschap,

II 549 v.

Leven van Jezus ; III 276 v., 455 v.

Levensduur der menschen vóór den zondvloed, III 225.

Leviathan; 11 503, 504.

Libertinisme; III 41.

Lichaam van Jezus na de opstanding;

III 498 v.

Lichaam van den mensch in verband tot het beeld Gods, II601 v. — ook betrokken in de wedergeboorte,

IV 80.

Lichamelijkheid Gods; geleerd soms in philosophie en theologie, II 172 v.; III 319.

Lichamelijkheid der engelen ; soms geleerd, II 479 v.

Lichamelijkheid der zielen na den dood; soms geleerd, IV 673, 680 v.

Licht, het ; in de schepping. Wat het is, II 509 — beteekenis van dit begrip in de Heilige Schrift, intellectueel en ethisch, II 182 — als aanduiding Gods, II 182, 257.

Liefde, Gods; II 210 v. — als zelfliefde,

II 231 v. — opgevat als het wezen Gods bij Ritschl e. a. en bezwaar daartegen, II 98, 105 — in Christus geopenbaard, III 404, 405, 410.

Liefde; als gave in de Kerk, IV 325.

Limbus infantum ; Zie Ongedoopt stervende kinderen.

Limbus patrum; bij Rome, IV 711.

Lijden het; op aarde, als gevolg en straf der zonde, III 171, 179 v. — in verband tot de Voorzienigheid Gods, II 668 v.

Lijden het, van Christus; verschillende opvattingen er van in de Mod. Theol., III 420 v. vgl. 452, 458, als losprijs, III 421 v. — Zie voorts Gehoorzaamheid, Offerande, Voldoening van Christus enz.

Lijden het, der geloovigen; II 668 v.,

III 418, IV 174 v.

Lijkverbranding; IV 657, 773.

Loei; Beteekenis dezer uitdrukking in de Roomsche Theologie, I 3.

Loei Communes; van Melanchton, 1

I v., 89, 154 — als naam voor de Dogmatiek, I 2 v.

Logos; als naam van Christus, I 422,

II 275 v., 317, 336 — leer van den, bij Philo enz., II 197, 265 v., 446

— en onaerscneiaiusscnen uezeen die van het Nieuwe Testament, II 268 v.

n bij God; naar de Schriften, II 235, 613, IV 248 v„ 251 v., 287 v„ 778, 813 v.

Sluiten