Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens Schol, en Roomsche Theologie, III 269 v. 476 v. — naar de Schrift en de Gereformeerde belijdenis, III 272, 318 v., 332, 337 v., 476 v. — wat betreft zijn uitwendige gedaante, III 338 v. — of zij altijd blijft, III 549.

Menschenoffers; in de godsdiensten der volken, III 357.

Menschwording van God of den Zone Gods, III 291 v., 456 v. — als centraal openbaringsfeit, I 359 v. 399 v.

III 295 v. — buiten de zonde, II 446 v., III 295, 296 v. — hare beteekenis voor de religie, III 330 v. — of zij op zichzelve vernedering ; is, III 337 v., 456, 483 v.

Meritum ex congruo en ex condigno bij Rome, II 362, 395, III 584 v.,

IV 256 v.

Messiaansche profetieën in het Oude Testament. I 352 v., III 249 v., 252 v., 361 v., IV 717 v.

Messias in het Oude Testament als Degene, die recht doen zal enz.,

II 221, IV 718 — in de Joodsche Theologie, III 363 — Zie voorts Christus.

Messiasverwachting in het Jodendom,

III 255 v., 559.

[lztolvoux. en ïttkttpvpr, in de Schrift,

IV 131 v. 149.

Metaphysica in de wetenschap en de religie, in den jongsten tijd beurtelings verworpen en aanvaard, I 14, 263, 580 v., 597 v„ II 19 v„ 69, 97, 301.

Metaphysisch bewijs voor de onsterfelijkheid der ziel, IV 652.

Meteoritenhypothese van Lockyer over het ontstaan der wereld, II 518.

Methodisme in Engeland enz., I 196 v., III 613v., 652, IV 155v„ 160v., 163v„ 210, 316 — miskent het natuurlijk leven, IV 9, 12 — over de heiligmaking, IV 262, 279, 285 v.

Michael; II 475.

Middelaar; idee daarvan in de godsdiensten der volken, I 295, III 246 v., 350 v., IV 716 v.

Middelaar; als aanduiding van Jezus, i III 396 v. — naar ééne of naar beide naturen, III 397 v. 482 v. — wanneer begonnen? III 399.

Middeleeuwsche Secten; I 494, II 430; III 375, IV 308.

Mis in de Roomsche Kerk; IV 603v., 608, 628 v., 640.

Misdaad; in het moderne strafrecht, III 163 v. IV 789.

Mithradienst; I 111; IV 16 v.

Moderne Psychologie; IV 77.

Moderne Theologie; in Nederland, I 191 v. — ethischen onder hen, I 269, zie ook Ethische Modernen — over openbaring en religie, I 301 v. — de praedestinatie enz. II 383 v. — over Christus en Zijn werk, III 389 v. — de heilsorde, III 630 v.

Mohammedanisme; over de verlossing, III 555 vgl. IV 297. Zie ook Islam.

Monarchianisme; I 118; II 295, 298. Zie ook Sabellianisme.

Monisme; als wereldbeschouwing, I 384 v. II 460.

Monophysitisme; I 121, III 328 v. 340, 346, 476.

Monotheïsme; als oorspronkelijke godsdienst I 329 v. — in Israëls religie en Polytheïsme, II 162 v.

Montanisme; I 494, III 374 v. IV 303 v.

Moraal; tweeërlei, in de Roomsche Kerk, IV 254 v., 279 v. Zie ook Ethiek.

Moreele bewijs; voor het bestaan Gods,

I 581, II 59, 66 v.

Moreele bewijs; voor de onsterfelijkheid der ziel. IV 654 v.

Motazelieten; als verdedigers van den vrijen wil in hetMohammedanisme,

II 355.

Motiva credibilitatis; bij Rome, I 88, 540 v. 622, 623 — in het Rationalisme, I 95, 99.

Mozes; als profeet, I 410 — als middelaar, III 397.

Mütatieleer van Prof. H. de Vries, II 551 v.

Mysteriën van de openbaring en het Christendom. Geschiedenis en verschillende opvatting van dit begrip in de Christelijke Theologie, I 313, 667 v. II 1 v. IV 507. — Heidensche, IV 16 v.

Mysticisme en zijn bestrijding van de noodzakelijkheid der Schrift en de verheffing van het inwendig woord, I 494 v. IV 88, 483 v. 486 — karakter en kenmerk II 599, III 601 v. IV 53 v., 314 — over de aanschouwing Gods, II 39, 44, 45.

Sluiten