Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Openbaring van Johannes; IV 749 v.

Opstanding van Christus; III 473,489, 490 v. — en onze rechtvaardigmaking IV 229 v.

Opstanding der dooden; IV 770 v.

Opvoeding des menschdoms door God;

III 227 v., 232 v.

Opwekkingen, geestelijke-, inzonderheid in Wales, IV 161 v.—in Amerika,

IV 163 v.

Organisatie der kerk; zie Regeering.

Organische inspiratie; I 456 v. 464, 469 v.

Organische wezens-, in hun ontstaan, II 550 — in de standvastigheid der soorten, II 550 v.

Oud-bisschoppelijke klerezie over de onfeilbaarheid van Kerk en Paus: I 515.

Ouderlingen ; IV 369 v., 392 v. — in de Roomsche kerk, IV 421 — in de Gereformeerde kerkregeering, IV 422 v„ 460 v.

Oude Testament-, Gezag daarvan in de eerste Chr. kerk, I 42 — gebruik in het Nieuwe Testament, I412v. — oordeel bij Gnostieken, Manicheën, enz. er over I 437 v., III 126 v., 213 v. — over de Drieëenheid, II 261 — en Nieuwe Testament, III 213 v., 230, 233, 363, IV 92 v., 733 v.

Oud-Katholicisme over de onfeilbaarheid van Kerk en Paus; I 515.

Overerving; II 552, 630, III 102 v.

Overheid; als regeerders der kerk beschouwd, IV 402, 404, 446, 448, 452, 479 v. — roeping volgens de Gereformeerden, IV, 448, 480.

Oxforder beweging in Engeland ;1197,

V 264.

P.

Pactum salutis; zie Raad des vredes. Paedagogiek, Geref.; IV 116 v.

Palaeontologie en evolutieleer; II 538 v.

Palamiten; over de eigenschappen Gods, II 108.

Pantheïsme; als wereldbeschouwing, I 384 v. — geen godsdienstige, maar wijsgeerige richting, 1132 — over openbaring en religie, I 270, 301 v., 305 v., 366 v. — zijn Godsbegrip, II 25, 95 v., 149, 160, 174 v., 343 — over de eigenschappen Gods, II 109 — als bestrijding van de onveranderlijkheid Gods en leer van God als wordende, II 143 v., 330

— over de eeuwigheid Gods, II 151 v., 452 — het bewustzijn Gods, II 183 v. — de Drieëenheid, II 330, als loochening van den raad Gods, II 384 — over het ontstaan der wereld, II 429 v., 449 v. 460 v. — het voortbestaan der wereld, II 644 v., 655 v., 661 v. — zijn onhoudbaarheid als verklaring van de wereld, I 218, II 187, 252, 432 v.

— en Materialisme, II 432 v., 436

— als bestrijding van de vleeschwording van Christus, III 291 — over de menschheid als den Zone Gods en zijn Dualisme, III 321 v. het einde aller dingen, IV 778.

Paradijs, het; II 562v. — gebruik en beteekenis van dit woord in de Schrift, IV 665 v.

ITxpscrti;; in Rom. 3 : 25, IV 186 N. 2.

Parochie in de Roomsche Kerk; IV 408.

Parzisme; II 465 v., III 18, 32, 554.

Pascha; IV 591 v.

Pasitigrishypothese over de ligging van het Paradijs; II 563.

Patripassianisme; II 295, 298, III 292.

Paulus als apostel; I 418 v., IV 360 v. oordeel over hem in de nieuwere Theologie, wat betreft zijn verhouding tot Jezus, I 106 v., III 281 v., 289 — als prediker van de rechtvaardigmaking door het geloof, IV 188 v. — en Jakobus IV 237

— als verkondiger volgens velen van een onpractisch idealisme, IV 281.

Paus; zijn primaat en macht, I 515 v., IV 352 v., 434 v., 440 v., 453 v. — vgl. voorts Onfeilbaarheid van Kerk en Paus bij Rome.

Pauselijk stelsel in de Roomsche Kerk; geschiedenis en ontwikkeling, IV 381 v. — beoordeeling, IV 389 v., 435 v., 453 v., 480.

Pelagianisme; I 323 v. II 143, 246,356 v., 389 v., 393 v„ 412, 418,421,599, 647, 662. III 20 v., 71 v. 98, 575, 650 v., 659. IV 11 v. 44. 59, 68 v., 220, 276 N. 1 — en Calvinisme, II 412.

Sluiten