Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41 v. — eeuwige, III 673 v., 684 v., IV 210,212, 227 v. — en geloof, IV 113 v., 220 v. — actieve en passieve, IV 211 v., 231 v. — en heiligmaking, IV, 226, 266 v. — en opstanding van Christus, IV 229 v. — deelen er van, IV 238 v. — en doop, IV 567.

Rede -, haar taak in betrekking tot de openbaring volgens het Deïsme, Rational. I 296 v. — ongunstig oordeel over haar bij Luther e.a. I 314, 315 — als verlichte en geloovige in het werk der Theologie, I 663 v.

Reformatie; als terugkeer van de traditie tot de Schrift, I 44,108 v., 526 — over traditie, dogmengeschiedenis, leiding des Geestes in de Kerk, I 108 v., 526 v. — de religie, I 243 v. — natuurlijke en bovennatuurlijke openbaring, 1 313 v. — de Christelijke religie, I 374 v. — haar z.g. formeel principe en het religieus belang er van I 497 v., hoewel het ook reeds vroeger bekend was, I 427 v. — geen revolutie, I 511, 526 — over het gebruik der philosophie, I 653 v. — natuur en genade, IV 477, 480 — de genademiddelen, IV 485 v., 495 v., — de sacramenten, IV 510. Zie ook Lutherschen, Gereformeerden enz.

Reformatorische conciliën in de Middel-Eeuwen; I 143.

Reform-Katholicisme in de Roomsche Kerk, I 152 v., IV 318.

Regeer :ng Gods ; II 664 v.

Regeering der Kerk-, IV 354v. — niet onverschillig, maar van groote beteekenis, IV 403 v.

Regula fidei; Zie Geloofsregel.

Religie; haar wezen en de verschillende opvattingen daarover, I 14, 58, 169, 208, 238 v. — haar zetel, I 260 v. — en wetenschap, I 263 v. 287, 489, 580; II 500 v. - en kunst,

I 277, 287 v. — en zedelijkheid, I 39 v. 268 v. — haar oorsprong, I 278 v. 327 v. — en cultus, I 243 v. 247 — en openbaring, 1 61 v. 255, 287, 292 v. 318, 366 — berust op verbond, II 612 v. 613 — niet mogelijk zonder dogma, I 9 — elementen in elke, I 253, 338 v. — als aanleg in den mensch, I 244, 528

II 47 — of zij alle recht uitsluit, II 98 III 412 v. — in werk- en ge-

nadeverbond wezenlijk gelijk, ofschoon formeel verschillend, II 613,

622 — als gemeenschap met God,

III 330 — sociaal element in de,

IV 296.

Religieus-empirische methode tot verdediging van de waarheidderopenbaring, I 557 v.

Religions - geschichtliche methode in den nieuweren tijd, 112, 52 v. 55 v. 106, 168 v, 251, 308 v, 544 II 502 v.

III 636 — over de Messiasverwachting, III 250 — over Christus en het Christendom, III 287 IV 17.

Religions-philosophie; I 249 v.

Religions-psychologische methode in den nieuweren tijd, I 54 v. 55 v. III 636 v. 674 v. IV 55 v. 129, 156 v.

Reliquienvereering in de Roomsche Kerk-,

IV 689 v.

Remonstranten ; I 95 — over het dogma der theopneustie, I 438 v. — de gronden des geloofs, I 543 — de kennis Gods, II 16 — God II 95, 143, 156, 168 — den wil Gods,

II 238, 244 v. 366 v. — de praedestinatie, II 380 v. — den concursus, II 647 v. — de zonde, III 22, 77 — de aanbidding van Christus,

III 345 v. — het werk, de voldoening en het offer van Christus, III 379, 447, 519 v. 531 v. — de wedergeboorte en de almachtige werking van Gods genade, IV 50, 65,68 — de bekeering, IV 150 — de zekerheid des geloofs, IV 244 — de Kerk, IV 314 — de macht in de Kerk, IV 446, 448, 474 — de sacramenten, IV 484, 513 — den doop,

IV 558 — Zie ook Arminianisme en Arminius.

Restauratie; als reactie tegen de Revolutie, I 549 v.

Restitutie-theorie-, tot verzoening van geloof en wetenschap in zake het scheppingsverhaal, II 523 v. 529.

Réveil-, I 193 v.

Revivals-, zie Opwekkingen.

Roeping-, IV 1 v. — algemeene, door natuur en geschiedenis, I 357 IV 2 v. — door het Woord, IV 3 v. — inwendige, IV 13 v. 59 v. — verband tusschen inwendige en uitwendige, IV 63 v. — en wedergeboorte, III 669 IV 59 v. 227 - als voortgezette daad, IV 85.

Roeping tot het ambt-, IV 415 v.

Romantiek-, I 272, 548 — haar fout, I 275.

Sluiten