Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T.

Taal, beteekenis der; I 396 v.

Taal- en stijlverschil in de Heilige Schrift; I 459, 469 v.

Taal des Nieuwen Testaments; zie Nieuw-Testamentische taal.

Teekenen; IV 519.-

Teleologisch bewijs voor het bestaan van God; II 59, 62 v., 185.

Teleologische wereldbeschouwing-, II62, 63, 185.

Testimonium. Spiritus Sancti in betrekking tot de Goddelijkheid der Heilige Schrift en zijn beteekenis I 80, 533 v., 626 v.

Tetradisme; II 298.

Theïsme; in onderscheiding van het Deïsme en Pantheïsme, I 307,319, 384 v., II 652.

Theïstische wijsgeeren over het Godsbegrip ; II 25 v., 97.

Theocratie bij Israël; IV 426 v.

Theologia naturalis bij Rome; I 312 v. 539, 542; II 56 — volgens de Reformatie I 73 v., 314 II 52 v., 56 v.

— rationalistische opvatting, I 94, 314 v„ 542 v., II 57 — kritiek er van door Kant, I 316; II 57 v., zie ook Kennis Gods.

Theologie als wetenschap-, I 15, 22, 35 v., 647 v., II 240 — en geloof, 1 647 v. — haar principium essendi, 1 210 — haar principium cognoscendi externum et internum, 1211 v., 290, 534, 603 v„ 654, 663 — als wetenschap des geloofs, I 661 v.

— en Kerk, I 663 — archetype en ectype, I 211, 213, II 187 — unionis, visionis et viatorum, I 213

— symbolische, II 89.

Theophanie als openbaringsvorm, I 338, 340 v.

Theopneustie-, niet identisch met de openbaring, 1 296, 401, 450 en toch ook niet van haar gescheiden, I 401 v., 500 v., maar tot haar in betrekking staande, I 402 v., 408 450, 500 — geschiedenis van het dogma over haar, I 422 v., 460 v.

— onderscheiden van de wedergeboorte, l 451 — haar wezen, I 451 v. — mag niet beperkt worden tot het religieus-ethische in de Schrift, I 431, 438 v., 462 v.472v.

— als dogma, I 461 v. — verschil

in mate en graad, I 462, 476 — haar bestrijding I 465 v.

Theosophie; haar algemeen karakter, I 163, II 339, III 33, 40. — hedendaagsche, I 339 — Christelijke, I 163, II 174, 257, 608, 619.

Theosophische opvatting van de wedergeboorte ; IV 39.

Thomisme; in de Roomsche Theol., I 151 v. — over de inwendige roeping, IV 13, 65.

Thora-, zie Wet.

Tien Geboden-, IV 278, 280; zie voorts Wet.

Tijd-, in verband ook tot de eeuwigheid, II 151 v., 450 v. — niet vóór de schepping, II 451, 453, — als noodzakelijke bestaansvorm van het schepsel, II 451, 453 — met de schepping gemaakt, II 453.

Tijdelijke, het-, als beeld van het eeuwige, II 386.

Toelating Gods; II 374, 375, 400,403, III 42 v.

Toepassing der zaligheid-, niet te scheiden van de verwerving, III528 v., 562, 595 — wel onderscheiden, III 655 v., 685 v., IV 231 v. — tweeledig, III 656 — zie ook Heilsorde en afzonderl. opgegeven onderwerpen.

Toerekenbaarheid en verantwoordelijkheid, III 172 N 2.

Toerekening van Christus' gerechtigheid, IV 223, 224 v.

Toestand der zielen na den dood, IV 647 v.

Toeval; II 647 v., 650.

Toevallige, het-, in verband met Gods alwetendheid, II 189, 193, 392.

Toleranten; I 187, III 608 N 1.

Toorn Gods; II 219.

Tractarianisme; I 151, 197 — over de baptismal regeneration. IV 34,559.

Traditie ; in de Joodsche Theologie, I 423 — in de Christelijke Kerk en Theologie. 143, 512 v. — in goeden zin, I 525.

Traditionalisme-, I 150, 397.

Traducicnisme; II 625 v.

Tragedie; III 451.

Transsubstantiatie ; IV 604 v., 622 v.

Trichotomie ; II 596 v.

Sluiten