Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als loon voor vernedering, III 486 v., 487 v. — noodzakelijk, III 538 v.

Verkiezing-, in de Schrift, II 350 v. — bij Paulus, II 370 — in de Gereformeerde Theologie, II 369 v., 417 v. — haar object: het menschelijk geslacht onder Christus als het Hoofd, II 406, 422 v., 424

— en verwerping, II 415 v., 417 v.

— en genadeverbond, III 241.

Verkiezing der ambtsdragers door de gemeente, IV 373 v. 404, 415 v.

Verlichting inwendige, als openbaringsmiddel, I 347 v. — als princ. internum der openbaring, I 364, 368, 404 — des geloofs, IV 85 v.

Verlossing; idee daarvan eigen aan alle godsdiensten, I 294,111 350 v., 554.

Verlossingsbehoefte bij den mensch,

III 200.

Vermittetungs-theologie in Alexandrië,

I 117 v. — in Duitschland enz. I 161, 551 v., 554 v., III 632, IV 38 v., 207 — over de openbaring, I 299

— den Logos en de wereld, II 446 — de wedergeboorte, IV38v.

Verschijning Gods; I 340 v.

Verschijningen van Jezus na zijne opstanding; III 492 v., 498 v.

Verwerping in de Schrift enz. II 350 v., 410 v. — negatieve en positieve,

II 373 v., 404, 410.

Verwerving en toepassing der zaligheid, niet te scheiden, III 528 v., 562, 595, maar wél onderscheiden, III 655 v„ 685 v., IV 231 v.

Verworpenen; de zegeningen, die zij nog genieten, II 416.

Verzoeking van Jezus ; III 343, 457.

Verzoening in de offers; III 359 v., 440 v., 505 — van Christus, III 505 v.,

IV 230 v.

Viae, de drie, om te komen tot kennisse Gods, II 113 v.

Visio Dei. Zie Aanschouwing Gods.

Visioenen als openbaringsmiddel, I 345 v.

Visioenshypothese tot verklaring van de schepping, II 522 v., 531 v.; en van Christus' opstanding, III 494 v.

Vleesch in de Heilige Schrift, vooral bij Paulus, III 35 v., 52 — en geest, strijd van deze in den naiuurl.

mensch volgens Rome, II 585 v.— in den geloovige, IV 284 N 1.

Vleescheten vóór val en zondvloed, li 608, 619 v.

Vleeschwording; noodzakelijk of vrij, II 234, 237, 239. Zie voorts Menschwording.

Vloek Gods, III 174.

Voldoening van Christus ; noodzakelijk of vrij, II 234, 237, 239, III 407 v„ 437 v. — haar bestrijding door de Socinianen en anderen, III 378 v., 411 v., 445 v. — en vergeving, III 414 — duur, III 417 — niet voor allen, III 514 v.

Volharding der heiligen; II 396 v., IV 289 v. — niet met de natuur van een schepsel gegeven, III 48, 51.

Volkeren ; hun ontstaan, II 560 v.

Volksgodsdienst en Jah vedienstin Israël, IV 657.

Volmaakbaarheid; Zie Perfectionisme.

Volmaaktheid Gods; II 205 v., 253 v.

Volmaaktheid, Christelijke, in het Methodisme, IV 262 v.

Volmaaktheid der Heilige Schrift. Zie Genoegzaamheid der Heilige Schrift.

Voluntarisme; I 265v. Zie ook Primaat van den wil.

Voorbereidende genade. Zie Gratia praeparans.

Vóórbestaan van Jezus; III 311.

Voorbidding van Christus; III 545 v.

Voorbidding van engelen en heiligen, IV 689, — voor de gestorvenen, IV 704.

Voorspellingen in de Christelijke Kerk na de apostolische eeuw, I 363. Zie overigens Profetie.

Voortplanting van het menschelijk geslacht, II 624 v.

Vóórwetenschap Gods ; II 188v., 390 v.

— in verband met 's menschen vrijheid, II 189 v.—doorOrigenes en anderen onderscheiden van de voorbestemming, II 189 —één met providentia en praedestinatie, II 391 v.

Voorzienigheid Gods ; II 387, 635 v. — als openbaring Gods, I 317 —met het oog op de natuurwetten, I 387

— en schepping, II 636 v., 652 v., 654 v. — bij de Heidenen tn Christenen, II 638, 639 v. — over het

55

Sluiten