Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine, II 647, 653 — beperking; er van in den nieuweren tijd; II 649 — als onderhouding, medewerking en regeering, II 651 v. — in betrekking tot de zonde, II 666 v., III 41 v.

Vormsel bij Rome; IV 539, 643.

Vreeze des Heeren; I 240, 241.

Vrije wil des menschen in verband met Gods alwetendheid en raad, II 189 v., 389 v., 392 — pelagiaansche opvatting, II 192 v. — rechte opvatting, II 195.

Vrijheid van godsdienst en geweten als Protestantsch principe, I 509.

Vrouw, schepping der; en als beeld Gods, II 622.

w.

Waarachtigheid Gods-, II 200v.

Waarheid volgens de Schrift; 11 2C0 v.' IV 734 — in de philosophie, II 202 v'

Waarzeggerij in Israël-, IV 686 v., zie ook Mantiek.

Wales, Revivals in; IV 161 v.

Wedergeboorte ; III 669 v., 671; IV 14 V.

— bij de Stoa en in de mysteriën, IV 16 v. 49 — in de Heilige Schrift, IV 18 v. — in Indische wijsbegeerte en theosophie, IV 48

— bij Rome, IV 29 — als term voor zielsverhuizing, IV 16, 48 — en doop, IV 28 v„ 487, 582 — en bekeering, IV 33, 43 v. 58 — in dubbelen zin bij Lutherschen, eenige Anglik. godgeleerden, Tractar., IV 31, 34 N. 1, 82, 87, 116 — in de nieuwe philosophie, IV35v.

— en rechtvaardiging bij Schleiermacher en Verm. theologen, IV 37 v. en Herrmann, IV 41 v. — naar theosophische opvatting, IV 39, 47 Noot — orde en tijd, IV 42 v.

— natuur IV 48 v., 57 v., 72 v. — sluit dwang uit, IV 71 — en roeping, IV 59 v. — onmiddellijk, IV 64 — onwederstandelijk, IV 64 v. — tijd, IV 32 v, 47 — als naam van den doop, IV 49 — bij Pelag. Semipel., Soc., Rem., Rat., IV 49 v., 67 — beschouwd alleen als vernieuwing van het bewustzijn van den mensch, IV 50 v., 57 — als verandering van al de vermogens,

IV 50 v., 52, 80, 84 — in Gnostic. Neoplat. en allerlei Mystiek, IV 52 v., 273 N. 2 — bij kinderen, IV 61, 114 v. — in ruimeren en engeren zin, IV 58 — actieve en passieve, IV 58 v. — geen schepping van een nieuwe substantie, IV 78 v. — heeft betrekking ook op het lichaam, IV 80 v. — als inplanting van het geloofsvermogen, IV 87 — voorafgaande aan het geloof, IV 114v.

Wederherstelling aller dingen ; IV 786 v., 792 v., 808.

Wederkomst van Christus; IV 762 v.

Wederzien na den dood; IV 688, 707 v.

Wegen, drie, de, om tot kennis van God te komen, II 113 v.

Weldaden van Christus, onafscheidelijk van zijn Persoon, III 366 v., 509, 594 v., 685, IV 113, 285.

Wereld; idee er van in Schrift en Kerk, II 461 v., 656 v. — niet identisch met wezen Gods, van God onderscheiden, II 385,440 v.; maar toch ook niet buiten en zonder God, II 81 v., 83, 386 — niet ó.Srzoc, en alleen in den Zoon door God gewild, II 446 v. — verhouding tot den Zoon, II 446 v. — haar eeuwigheid, II 450 v. — hare doelmatigheid en goedheid, II 464 — als ééne, eenvoudige conceptie Gods, II 386 — verhouding van God en haar volgens Deïsme, Pantheïsme en Theïsme, II 644 v., 655 v. — in ongunstigen zin, III 63, 191 v. — als object van verkiezing, Christus' liefde en verlossing, II 406; III 514 v., 537 v. — en Kerk, IV 476 v.

Wereldbeschouwing, geloovige en wijsgeerige, I 101 — bij Rome, I 375 v., en de Reformatie, I 377 v. — van het Monisme, I 384 v. — van de Schrift en de Chr. Theol. I384v., 389 v., die past op de realiteit van wereld en leven, I 546.

W'ereldeinde; IV 712 v.

Wereldvernieuwing-, IV 797 v.

Werken Gods -, II 328 v., 348 v.

Werk van Christus in Zijne vernedering, III 364 v.

Werk des Gcestes, zich aansluitend bij de leidingen Gods in het natuurlijk leven, III 657 ; en bij het werk des Zoons, III 658 v. —niet dwingend, maar liefelijk, III 659. Zie voorts Geest, Heilige.

Sluiten