Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kan dus niet verwonderen in Middelburg, in de periode van zijn stapelpolitiek, dit streven eveneens voor den dag te zien treden. Ten minste, in dit tijdvak zijner economische ontwikkeling zouden we gaarne plaatsen de ordonnantie in deze materie, ons zonder jaartal en dagteekening overgeleverd '). Het gastenrecht treedt hier op in zijn scherpsten vorm: „Item dat die coopers ende vercoopers niet te samen in een herberghe ligghen noch weesen en sullen, mer ygheliick bisonder in siin herberghe weesen; ende gheven van den goede dat sij vercoopen, te makelaerdien, als sy sculdich siin te doene". De strekking van dit verbod — het beletten van den rechtstreekschen handel tusschen de vreemde kooplieden — is duidelijk', de transacties mochten alleen door bemiddeling der makelaars plaats hebben, die daarvoor naar een bijgevoegd uitvoerig tarief hun loon berekenen moesten.

Als makelaars traden veelal de waarden op2), bij wie de vreemdelingen intrek namen. Waard of ostelier was dan ook een gewichtig beroep, dat zelfs door schepenen der stad niet beneden zich geacht werd3). Twee moeilijkheden deden zich hier echter voor: hoe diende men te handelen tegenover kooplieden, die langen tijd in de stad vertoefden en rustig op zich zelf begeerden te wonen; en wat moest er geschieden, wanneer de herberg door een vrouw gedreven werd? In beide deze gevallen wordt door onze verordening voorzien.

„Voirt is overdraghen, so wat mannen bynnen der stede voirscr. op hem selven woenen willen ende coopmanscepe antieren, die sal kiesen toet eenen waerde eenen bynnen der wet off buuten der wet, dien hi wille, ende dien sall hi gheven van allen goede dat hi incoopt, beede in die mercten ende dair buuten, all dat hi sculdich es te ghevene. Ende die sall hebben eenen makelare, die van sinen weghe gaen sal met sinen gasten.

') Inv. de Stoppeiaar, nr. 108.

2) Vgl. Dr. Bruno Kuske, Der Kölner Fischhandel vom 14-17 Jahrhundert. Westd. Zeitschr. für Geschichte und Kunst, 1905. p. 281, 282.

3) Reg. Ordonn. Vleeshouwers, f. 100r, a° 1454; f. 149v, a° 1459.

Sluiten