is toegevoegd aan uw favorieten.

Feestbundel aangeboden door vrienden en leerlingen aan Prof. Dr. H.J. Pos ter gelegenheid van het bereiken van de 50-jarige leeftijd op 11 Juli 1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of toch morele verhouding tot de arbeid, maar bij de handel gaat het winstprinciep ten koste van de menselijke waardigheid. De wetgeving zou een correctief moeten zijn. In een later werk bepleit hij zelfs dat de staat de productie en distributie aan zich moet trekken17). In Engeland ziet hij echter juist het tegendeel gebeuren: in plaats dat de staat er de handelsgeest breidelt, maakt hij er zichzelf tot tolk van: gevolg, dat het grootste gedeelte der mensen een allerellendigst leven in ongezonde werkplaatsen slijt. Hij is somber gestemd over de 19de eeuw — in 1808. Hoe komt het, vraagt hij zich af, dat, terwijl ik toch tracht zorgelijke gedachten van mij af te zetten, ik niettemin telkens weer in zulke gepeinzen terugval, die met hun mist niet alleen 't heden, maar zelfs de toekomst bedekken ? Treschow wist het niet en kon het niet weten, dat hij, 18de eeuws optimist, de eerste of toch één van de eerste van die lange rij van 19de eeuwse cultuurpessimisten zou worden, die van oordeel zouden zijn, dat er ergens, maar waar en hoe? iets fundamenteels mis gegaan was met de mensheid — een rij die zijn historieschrijver nog altijd wacht. De verklaring? Treschow was zo naïef niet als hij schijnt. Hij wist heel goed, dat de volkomenheidsdrift de mens uit het Paradijs verdreven had, dat hij daarom van de boom der kennis moest eten en, gegeten hebbende, met volledig bewustzijn zijn lot in eigen handen had genomen. Hij wist heel goed, dat het los laten van het pure instinct in zekere zin een afval van God, een zondeval was geweest, zoals het honderd jaar later ook voor Bergson weer zou wezen. Hij wist dat de mens daardoor minder gelukkig was geworden. Doch dat dit niettemin een schrede betekende op de weg naar de uiteindelijk onvermijdelijke volmaaktheid was zijn even onwankelbaar geloof. Hij zegt het ook in zijn geschiedfilosofie die anders dan die van Wells, maar eender als die van Spengler doortrokken is van de biologische analogie, van

17) Lovgivningsprinciper III, 1820. Ik heb dit werk niet in handen gehad, ontleende de -mededeling' aan A. Aall, Fïlosofien i Norden in Skrifter utgit av Videnskapsselskapet i Kristiania, 1918 Ile Klasse, blz. 102. In zijn laatste werk: Om Gud, Idee- og Sandseverdenen III Christiania 1832 blz. 295 gaat Tr. nog verder en ziet hij de staat (en kerk) via die bemoeiingen met de maatschappij samensmelten: de identiteit op aarde.