is toegevoegd aan uw favorieten.

Koloniale vraagstukken van heden en morgen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ineen hebben te slaan om een moeilijke en uiterst gewichtige aangelegenheid met vereende krachten en in goede harmonie tot een goed einde te brengen.

Hoezeer ook hier de oude regel wel niet geheel krachteloos zal wezen, dat, waar er twee aan het kijven zijn, beide schuld hebben, daar ben ik toch, na zoo zorgvuldig mogelijke afweging der feiten, van oordeel, dat de bij deze aangelegenheid betrokken regeeringsorganen den laatsten tijd zeer weinig tactvol zijn opgetreden.

De Regeering heeft, krachtens het hierboven aangehaalde Staatsblad, in 1924 het standpunt ingenomen, dat de publiekrechtelijke waarborg voor de nakoming der werkovereenkomst nog niet kan worden gemist. Een jaar later riep zij het voorschrift in het leven, dat om de vijf jaren — en voor het eerst in 1930 — van de tegelijkertijd ingestelde Permanente Arbeidscommissie ter Oostkust van Sumatra o.a. advies zou worden ingewonnen nopens de vraag, of de strafbepalingen in bepaalde gebiedsdeelen of voor bepaalde werkovereenkomsten buiten werking gesteld zouden kunnen worden.

Tegen deze redelijke voorschriften kunnen bezwaarlijk gegronde bedenkingen worden ingebracht, maar de interpretatie, die er in November 1927 door het betrokken regeeringsorgaan aan gegeven is geworden, dat de Regeering n.1. reeds besloten had met ingang van 1930 met de geleidelijke afschaffing der poenale sanctie een aanvang te maken, is met het in de wetgeving van 1924 en 1925 uitgedrukte standpunt wel zeer in strijd. En wel is sinds dien die interpretatie verzacht geworden, maar het gestichte kwaad is daardoor niet ongedaan gemaakt. Er is weer spanning, die