is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzamelde opstellen van Willem Zevenbergen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IETS OVER DEELNEMING AAN EEN ONRECHTMATIGE DAAD x).

Het burgerlijk delict is voltooid als de rechtsfeitsverwerkelijking is ingetreden. Poging speelt in het burgerlijk recht geen rol. Niet, omdat poging niet een daad is, of niet een onrechtmatige of niet een onrechtmatige aan-schuld-te-wijten daad. Maar, omdat de handeling een essentieel kenmerk mist, een kenmerk, dat voor de aansprakelijkheid volgens art. 1401 B. W. v. v. noodig is, te weten, dat zij een rechtens relevant gevolg teweegbrengt. Poging is een onrechtmatige daad zonder een onrechtmatig gevolg. Wel blijft poging mogelijk ten aanzien van typische delicten, b.v. doodslag, kwetsing, verminking, doch hare rechterlijke beteekenis ligt dan niet gewaarborgd in art. 1406 B. W., maar valt dan onder de heerschappij van art. 1407 of 1401 v. of is zonder beteekenis; en krijgt in de eerste gevallen het karakter van een voltooid delict.

Bij het plegen van een onrechtmatige daad kunnen meerdere personen zijn betrokken; een onrechtmatige daad, die door een zelfhandelenden dader alleen kan worden gepleegd, is het werk van twee of meer personen. Zoo pleegt men te onderscheiden : middellijke dader, uitlokker, medeplichtige, mededader. Wat geldt omtrent hunne civiele aansprakelijkheid ? De strafwet bepaalt, dat deze personen behooren te worden gestraft. Deze omstandigheid nu, dat zij gestraft behooren te worden, zegt op zich zelf nog niets over de civiele verantwoordelijkheid, maar toch is zij een onmiskenbaar teeken, dat de handelingen van zulke personen in beginsel onrechtmatig zijn, dat zij een onrechtmatige daad zijn, tenzij de onrechtmatigheid mocht zijn uitgesloten.

Nemen we nu aan, dat de daad onrechtmatig en aan schuld

l) Overgenomen uit Weekblad voor Privaatrecht, Notaris-ambt en Registratie, Jrg. 1916, nos. 2445, 2446 en 2447.