is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

practischen geest, voor zijn ruimte van blik, waardoor de Technische Hoogeschool de gelegenheid heeft gekregen om zich tot een hooger graad van volkomenheid te ontwikkelen en haar het recht werd gegeven om, naast den ingenieurstitel, dien van doctor te verleenen. En, toen op 8 Januari 1907 de eerste promotie van doctoren honoris causa plaats had, was Kuyper de eerste aan wien die eeretitel werd verleend. Zijn promotor, de Rector Magnificus Prof. Dr. S. Hoogewerff heeft toen in een keurige rede er o.a. den nadruk op gelegd hoe juist deze bewindsman, van een geheel andere dan technische opleiding, zoo treffend de beteekenis van het Hooger Technisch Onderwijs heeft gevoeld.

Het is niet zijn schuld, dat niet ook het Technisch Middelbaar Onderwijs in Nederland is gereorganiseerd. Want reeds in 1903 gaf hij een opdracht aan ir. J. de Koning om een voor-ontwerp samen te stellen tot regeling van het Technisch Middelbaar Onderwijs. Het wetsontwerp der Regeering, dat gegrond was op het verslag van ir. De Koning, doch dat onmiskenbaar het cachet draagt van Dr. Kuyper, beoogde een centralisatie van dit onderwijs, door de stichting eener Centrale Technische Middelbare School te Haarlem.

Dit wetsontwerp heeft den weg naar het Staatsblad niet gevonden. Het werd door Mr. P. Rink, Minister van Binnenlandsche Zaken in het kabinet De Meester, dat het kabinet Kuyper opvolgde, in 1905 ingetrokken.

Nu Abraham Kuyper op den 8sten November 1920 op 83-jarigen leeftijd tot de eeuwige rust is ingegaan, is het voor de Nederlandsche ingenieurswereld een behoefte om nog eens naar voren te brengen de stichting der Technische Hoogeschool. Het is een werkstuk van edelsmeedkunst, waarop, bij het aanschouwen van zijn reuzenarbeid op theologisch, staatkundig, literair en journalistiek gebied, niet het licht valt, doch dat door de Nederlandsche techniek als onvergankelijk kleinood zal worden bewaard.

„De Journalist" 18 Nov. 1920.

Het is mij een diep-gevoelde, weemoedige plicht, in het orgaan onzer vereeniging eenige woorden te wijden aan Dr. A. Kuyper.

Hij, in zijn geweldig-universeele kracht, zal een historische figuur op velerlei gebied blijven, maar zeg ik te-veel, als ik hem bovenal noem: journalist? Want èn op politiek èn op wetenschappelijk terrein heeft hij zijn ontzaglijken invloed toch voor een zeer groot deel te danken aan zijn journalistieke gaven, die hem in ons vak tot een man van monumentale allure hebben gemaakt, tot den grootsten journalist dien Nederland ooit heeft bezeten.

Bij de gratie van zijn schitterende bekwaamheden kwam hij in 1598 aan het hoofd van onzen Kring. Hij volgde Charles Boissevain op, en het was onder leiding van Kuyper, dat in het groote kroningsjaar de vele buitenlandsche journalisten hier te lande op eclatante