Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 15)

mogelyk ben ik een ondeugend meisje, dat ik op eene zoo verachtelyke wyze van de eenige 1 nabeftaanden fpreek , die ik in de waereld heb; en waarheen zou ik toch , indien eens een ongelukkig voorval gebeurde , welk de hemel verhoede! — myn toevlugt kunnen nemen, dan by deze Tante? Doch ik zie,

dat Martha naar my Haat te wachten, dus leg ik weder myn pen neder.

(VERVOLG.)

Myn Vader is van de abdy te rug gekomen*

maar , helaas ! met betrekking tot myn

dichtftukken is hy, naar ik merken kan, ongelukkig te leur gefield. Die arme man! Hy denkt, dat ieder mensch , dezelven met een even zoo eenzydig oog befchouwt, als hy; — of mogelyk heeft hy een ongepast tydftip waargenomen om myn lierzang aan te bieden; die zou ik haast moeten befluiten, om dat de Heer Branville, den titel even overziende, gezegd had, denkt gy dan, Heer Belton, dat dit meis* je met haar geleerdheid en letterkunde iets winnen

Sluiten