Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 17)

„ Inderdaad," zeide de Baron, „ is zy zod bemiiinelyk."

„ Het naauwkeurigafbeeldfel," hernam mya Vader, „ van myne Harrïêt op haren trouwdag, dezelfde bloozende fchoonheid, dezelfde Goedaartigheid. Gy kunt u myne Hanut nog wel herinneren, myn oude Vriend, op dien dag, dat Gy het bal! in Kent gaaft, toen Gy meerderjaarig wierdt: zy zong met uwe Zuster: myn Fanny zingt ook als een Engel .

„ Ei! Zeide de Baron," zy zingt dan

ook? En hoe oud is zy?" „ Vyftien en een half Jaar: maar zy is vry ryzig naar haar jaaren: haar Moeder, Heer Jasper, was

ook zoo."

„ Die meid," viel hier de Baron in de reden,

„ maar vyftien en een halfjaar! Zoo Jong

nog! — Waarlyk; ik dagt, dat zy veel ouder was — dat is jong, ik moet het bekennen, dat is verbaazend jong, en dan reeds zo veel

geleerdheid te hebben, als zy bezit! —

Vyftien en een halfjaar! Waarlyk ^

Hier raakte, myn Fanny," vervolgde myn Vader, „ de goede Baron een weinig aan het peinzen» Qngetwyffeld vormde hy in de

B vér-

Sluiten