Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 18 )

baasheid in welke hy was over uwé vroege Letterkunde, reeds een of ander plan voor ons

toekomend beftaan en verbetering. Ik

verhaalde hem' vervolgens kortelyk , dat ik, geen Zoon hebbende, uwe opvoeding tot de voornaamfie en aangenaamfte bezigheid maakte

van myn leeven; dat Gy het Latyn en

Grieksch,zoo wel als hetFranschenltaliaansch

volmaakt kent; dat Gy reeds zeer vroeg

eene ongemeene zucht hebt gehad voor de

Studie; kortom, ik zeide mynen ouden

Vriend, dat ik u tot opzigteres over myne verfameling van Boeken gemaakt heb, terwyl het uw grootfte vermaak was, om ieder boek op myne Studeerkamer op zyn behoorlyken rang te plaatfen, of met een foliant vóór u te zitten, en dat wel in een ouderdom, als andere kinders nog met poppegoed fpeeleji. Tot nog toe hadden wy het gemeld gefprek met ons beiden gehouden, maar by het inkomen van ander gezelfchap werd het gefprek algemeen ; ik ontving echter den geheelen dag door bewyzen van achting van mynen waardigen Vriend. Onder den maaltyd bediende hy my

lelf, myn Fanny: en 't geen my meer,

dan al het overige behaagde, was, dat hy,

toen

Sluiten